image

Bij mijn orgeltocht door Leiden in juni kreeg ik in de Haarlemmerstraat vlak voor de Hartebrugkerk een tomatenplantje in de hand gedrukt. De geefster was van een bepaalde politieke partij die de vrucht van dit plantje als symbool heeft.

Ik koesterde het magere stekje. Liet er een scheutje water bij vallen uit mijn flesje. Met een puntje stak het iele plantje uit mijn rugzak. Het overleefde de reis en kreeg een plekje in een plantenbak in de achtertuin. Te weinig zonlicht en meer regen dan zonneschijn zorgde ervoor dat de plant 1 vrucht kreeg.

Sinds het officiële einde van de zomer prijkt er een klein tomaatje aan. De vrucht is niet veel groter dan een forse knikker (een dokker of een bonk). En hij blijft groen. De warmte van de laatste dagen heeft hem iets groter gemaakt, maar niet roder. Zo blijft de plant met die ene tomaat eraan het overduidelijke bewijs: het was een beroerde zomer.