De Oude kerk van Veenendaal aan de Markt

Een programma om u tegen te zeggen: 5 orgels in 7 uur tijd. 5 organisten en 5 verschillende kerken. Tussendoor nog lopen tussen alle lokaties. Het was een aardige kluif gisteren op de 2e Veense orgeldag. De eerste versie had me best enthousiast gemaakt. Bovendien loert de jeugdherinnering op elk hoekje in Veenendaal. Een krantenwijk en veel fietsen lagen daaraan ten grondslag.

Ze hielpen mij de wegen te vinden naar de vele kerken die Veenendaal rijk is. In de meeste van die kerken staan orgels. De ene mooier dan de andere. Maar de meeste zijn de moeite van het luisteren waard. Zeker als er een organist achter de klavieren kruipt die van wanten weet. De keuze van het programma, de manier waarop wordt geregistreerd en de technische benadering zijn aspecten die het concert maken of breken.

image

Het Vierdag-orgel uit 1974 in de Oude kerk te Veenendaal

Böhm en de Oude kerk
Het begon om 10 uur in een steenkoude Oude kerk. Het kwik kwam niet veel hoger dan een graad of 16. De koude kerkbanken deden de rest. Gelukkig trakteerde de Edese organist Erik van der Heijden op een mooi programma van werken van Georg Böhm. Deze Noord-Duitse organist geldt als de leermeester van de grote Johann Sebastian Bach. In veel van Bachs orgelwerken is deze beïnvloeding goed te horen.

Het orgel in de Oude kerk leent zich heel goed voor de muziek van Böhm. De componist 350 jaar geleden geboren. Voor Van der Heijden een mooie gelegenheid om Veenendaal kennis te laten maken met deze componist. Van een fors preludium , Van der Heijden speelde er liefst 3, tot aan het lyrische Vater unser. Bij het laatste kreeg de Dulciaan van het rugwerk bijna de gedaante van een Vox Humana. De 30 toeschouwers zorgden ervoor dat de akoestiek heel mooi bleef. In mijn herinnering valt de akoestiek van de Oude kerk al helemaal weg als de kerk halfgevuld is.

Het Lindsen-orgel in de Brugkerk te Veenendaal

Het Lindsen-orgel in de Brugkerk te Veenendaal

Brugkerk
Een orgel als dat van de Brugkerk vraagt om fijnzinnigheid en een zorgvuldige benadering. Anders klinkt de muziek snel van hetzelfde, terwijl veel registers in kleine samenstellingen heel mooi tot uitdrukking komen. De organist Anton Lagerweij van de Hersteld Hervormde Gemeente in Veenendaal paste dit helaas niet toe in zijn orgelspel op het ‘oudste orgel’ van Veenendaal.

Misschien dat de opening met Jan Zwarts koraalbewerking over Psalm 84 ook niet meehielp. De uitvoering deed mij sterk denken aan vervlogen tijden waarvan ik meende dat die achter mij lagen. Als je dan in een kerkbank op een zacht kussentje zit, is elke associatie snel opgeroepen.

De rest van het programma bood veel gelegenheid dit orgel in al zijn verscheidenheid te laten horen. De werken van Rinck, Stanley, Krebs en Schumann stammen allemaal uit de bouwtijd van het binnenwerk (pijpwerk en windlades) van dit orgel uit Leiden, het revolutiejaar 1848.

De registratiekeuze en uitvoering demonstreerden niet altijd de schoonheid van het instrument. Want het instrument is goed geconserveerd door de orgelbouwer Nijsse in 2007. De nieuwe Bazuin 16′ op het pedaal klinkt goed in verhouding met de rest van het orgel.

Het Verschueren-orgel uit 1963 in de Petrakerk te Veenendaal

Petrakerk
Het recital dat de organist van de Petrakerk, Bert Wisgerhof ten gehore bracht, paste eveneens zeer goed bij het orgel uit 1963. De firma Verschueren uit Heythuysen heeft hier een mooi orgel neergezet. Het klinkt zeer aanwezig. Bij het openingswerk, Preludium en fuga in a van Cor Kee was dit goed te horen. Het werk sloot goed aan bij het klankidioom van dit instrument.

De hoge fluiten en scherpe mixtuur klinken heel mooi in dergelijke orgelwerken. De spitsgamba, die bijna in de richting van een zangrijke prestant gaat, kwam mooi tot uitdrukking in het koraal van psalm 91 van Cor Kee. De bewerking die erop volgde met de klimmende en dalende stem in het pedaal, die het vertrouwen uitdrukt, klonk erg mooi.

De tongwerken van dit orgel zijn van een adembenemende schoonheid. Dat demonstreerde Wisgerhof wel in de variaties Kirken den er et gammelt hus van de Deense componist Finn Videro. De erg mooi geintoneerde Dulciaan kwam hierin aan bod. Net als de helder klinkende fluiten. De Trompet van het hoofdwerk klinkt overtuigend in combinatie met andere registers. Dat was te horen in het deel uit Rheinbergers vierde Orgelsonate.

Het orgel van Emile Verschueren in de Sionskerk te Veenendaal

Sionskerk
In de Sionskerk werd het publiek getrakteerd op een recital van organist Adriaan van der Poel. Een man die technisch en muzikaal gezien zeer sterk uit de hoek kwam. Met werken van Sweelinck en Bach zette hij de toon. Het orgel van de Sionskerk is gebouwd door Emile Verschueren uit het Vlaamse Tongeren, broer van de bouwer van het orgel van de Petrakerk. Hij maakte bij de bouw in 1976 gebruik van het pijpwerk en windlades van een orgel van Merklin & Schütze uit 1862.

Wellicht hierdoor kwam het werk van de Franse componisten Vierne, Duruflé en Langlais zo sterk tot uitdrukking. Ze wisten in elk geval de sfeer van Franse kathedralen en wierook op te roepen. Het orgel van de Sionskerk vraagt namelijk om een heel eigen benadering. Niet alle registers klinken samen, maar afzonderlijk en in bepaalde combinaties komt een heel eigen klank uit dit bijzondere instrument.

Juist die klank in combinatie met de geweldige akoestiek, maakte het spel van Adriaan van der Poel tot een feest om naar te luisteren. Hij vond de juiste balans in deze hoge, bijna sacrale ruimte waarin het hogere duidelijk centraal staat. In dergelijke ruimtes kun je als organist ook helemaal worden meegetrokken in de akoestiek. Van der Poel wist juist het orgel uit zijn eenvoudige dispositie te halen en liet zijn toehoorders de geheimen van dit instrument horen.

Het Skrabl-orgel uit 2009 in de Westerkerk te Veenendaal

Westerkerk
Het laatste concert in de Westerkerk vormde wel het hoogtepunt van de Veense orgeldag. Dat lag wel in het programma: de grote werken uit de Klavier-Ubung III Johann Sebastian Bach, ook wel aangeduid als de grote orgelmis. Als is deze aanduiding nooit door Bach zelf gegeven aan deze verzameling orgelwerken.

Wouter Verhage, de zoon van de uitvoerder Ad Verhage, gaf voorafgaand van het concert een enthousiasmerende en leerzame presentatie over deze verzameling koraalvoorspelen en vrije werken die in 1739 verscheen. Hij vertelde over een concert een paar jaar eerder waar Bach een paar van de werken uit de Klavier-Ubung III zou hebben gespeeld. De hoeden vlogen na afloop in de ruimte. Zo enthousiast was het publiek.

De uitvoering van Ad Verhage op het Skrabl-orgel uit 2009 oversteeg alle verwachtingen. Het is technisch gezien een bijna onmogelijke opdracht om deze preludium, 10 koraalbewerkingen en fuga te spelen. Van de uitvoerder vraagt het maximale studie en concentratie. Een marathon waar je ook eindeloos voor moet trainen om hem goed uit te lopen.

Ad Verhage demonstreerde dat hij het kon. En hoe. De uitvoering was overweldigend. Zeker ook hoe hij dit instrument goed uitdiepte. Ik had hem in 2009 gehoord en het viel mij op hoezeer orgel en organist tot elkaar waren gekomen. Hij wist in prachtige registraties de juiste sfeer op te roepen. Ook al moest ik erg wennen aan de snijdende mixtuur en het scherpe volle werk, ik kreeg geleidelijk meer liefde voor dit orgel. Zeker afgemeten naar de prijs, is dit orgel een heel mooi instrument voor deze kerk.

Dat het publiek uit Veenendaal hier een concert kreeg van grootstedelijke alures, staat buiten kijf. Alleen al de zeer kundige uitvoering van het gelegenheidskoor was overweldigend. Net als de prachtige en doorwrochten uitvoering van Ad Verhage. Met de uitvoering ging een droom voor hem in vervulling. Een droom die het publiek langzaam gedurende het concert werkelijkheid zag worden.

En om kort te zeggen: het was goed.

Lees ook de andere verslagen: