image

De fietsen staan anders dan ik ze achtergelaten heb vanmorgen. Een klein fietsje drukt tegen mijn fiets aan. Het stond er eerder niet. Ik trek mijn fiets uit het rek en merk dat er iets niet in orde is. De band is lek. Dat was hij vanmorgen niet toen ik hem erin reed. Er heeft iemand aangezeten. Dat zie ik. Zouden ze?

Ik kijk snel, maar zie niet iets dat wijst op een leeggedraaid ventiel. De band is zo plat als een dubbeltje. Lopen, er zit niks anders op. De novemberduisternis slaat om zich heen. Samen met de waterige kou doet het mij naar huis verlangen. Maar het gaat niet. Ik moet met een fiets aan mijn arm lopen. De lekke band zorgt ervoor dat hij onstabiel over de straatstenen zwabbert.

Ik heb geen zin om mijn fiets thuis aan een uitvoerig onderzoek te onderwerpen. Als ik lucht in het ventiel blaas, blaast ergens anders de lucht er even hard uit. Er is geen land mee te bezeilen. Lekgestoken met een mes, luidt mijn snelle conclusie. De plek staat te ver van de loop af. Op een onbewaakt moment – en die zijn er veel in een onbewaakte fietsenstalling – kunnen vervelende lieden toeslaan.

Naar de fietsenmaker. Hij lacht me al toe, noemt mijn naam. Een slecht teken. Deze maand ben ik al eerder bij hem geweest met een kapotte fiets. Nu heeft de achterband het begeven. De schade: 42 euro voor een nieuwe binnen- en buitenband. Of hij is lekgestoken, durft hij niet te zeggen. Ik zie de grote gaten in de buitenband en weet genoeg.

Wat de lol aan het leksteken van andermans band is, zou ik niet weten. De schade is groot. Ik vraag me af of ik niet gewoon mijn fiets op een andere plek ga stallen. Het zou mij een hoop ergernis schelen. Maar dan loop ik de kans op een bon. Vaak werkt het zo namelijk: een draaideur is moeilijker tot stilstand te krijgen dan een fietser zonder licht.