Ze lachen. Dat ze eigenlijk de leeftijd van de giechelmeisjes voorbij zijn, deert ze niet. ‘Ja, dan moeten we altijd zo lachen’, vertelt het ene oude meisje aan de andere. Ze heeft zelfs de kleurspoeling uit haar haren laten groeien. Ze kletsen over een uitje die de grijze dame onlangs maakte met haar vriendinnen.

‘Ik kan er ook niets aan doen.’ De andere vrouw knikt. Ze grinnikt er een beetje schaapachtig bij. Het is nog te vroeg om in zo’n lach te gaan. ‘Ik schaam me er ook voor’, vervolgt haar vriendin. ‘Op een gegeven moment is het net een stel van die geiten, dan begint er eentje en dan gaat dat maar door.’

Ik hoor het rumoer van de grijze meiden. Eentje begint te lachen en een golf van meelachers breekt los. De mensen om hen heen kunnen nog zo geërgerd opkijken, het lachen wordt niet minder. Ze gaan er juist meer van lachen. Schaamte verandert in hard giechelen. Net zo onzeker als 40 of 50 jaar eerder. Maar omdat ze samenzijn mag het.

Inderdaad een stel geiten.