Ineens is hij dan vertrokken. Op de eigenlijke naamdag is het hele land nog vervuld van hem, maar is hij zelf weg. Met zoveel bombarie de intocht gevierd wordt, zo is de aftocht in nevelen gehuld. Weg.

Vorig jaar overdonderde mij het kerstfeest ineens. Gewoon alsof ik op een ochtend wakker werd en het kerstfeest was. Ik nam mij voor dat ik mij dat niet meer liet gebeuren. Ik zou Sinterklaas laten vergezellen met kerstliederen en een poging de kerstgedachte op te roepen.

Er was eens een tijd dat Sinterklaas bedreigd werd. Winkeliers versierden hun winkels half november al met kerstspullen. De kerstman, een dikke sinterklaas met een slaapmuts als mijter, veroverde terrein. Er heerste angst dat het traditioneel Nederlandse feest zou worden verruild voor de commerciële kerstman.

Sinds Sinterklaas zelf commercieel is gegaan, is de angst verdwenen. Nu dreigt kerstfeest ondergesneeuwd te raken onder het Sint-geweld. Sinterklaas heeft een eigen adventstijd gecreërd. De intocht gaat vergezeld met enorme spanningsbogen.

Na die intocht neemt de spanning niet af. Sterker nog, hij wordt alleen maar groter: piet kwijt, boek weg en paard verdwenen. Pakjesavond dreigt elk jaar niet door te gaan. Maar gelukkig komt het elk jaar goed. De tere kinderziel is na 6 december uitgeteld. Voor kerst en de kerstman is geen ruimte meer.

Zoiets had ik mij niet kunnen voorgesteld. Mijn herinnering aan Sinterklaas is de voortdurende angst dat hij binnenkort wel niet meer zou komen. En dat we ons vooral moesten verzetten tegen de commercialisering van kerst. En dat we een oud-Hollands gebruik als Sinterklaas in stand moesten houden.

Nu Sinterklaas is gecommercialiseerd, lijken de rollen te zijn omgekeerd.