De rekening wordt betaald. Het bonnetje vertelt 18 euro. ‘Maak er maar 20 van’, zeg ik joviaal tegen de serveerster. ‘Hoe wilt u betalen?’ Mijn vingers klemmen een blauw briefje vast en trekken het uit de portemonnee. Het laatste briefje. ‘Dank je wel’, zegt ze.

Ik kijk op het bonnetje. De rekening is te laag. Ik zie dat ze de koffie en thee vergeten is. We bestelden deze op het moment dat we de rekening vroegen. Mijn eerlijkheid dwingt mij om hier iets van te zeggen. ‘Ze is de koffie en thee vergeten’, zeg ik tegen de dame met wie ik hier zit. ‘Ach, gewoon niks zeggen’, antwoordt ze. ‘Mijn eerlijkheid’, stamel ik. ‘Als het andersom was, had ik er wel wat van gezegd’, zegt ze met een eerlijke grijns.

Het klinkt als een verwijt. In mijn binnenste mompelt een mannetje dat iets zegt over eerlijkheid. Dat het beloond zou worden en zo. De serveerster komt langs. ‘Mevrouw’, zeg ik tegen het meisje. ‘U bent de koffie en thee vergeten.’ Ze knikt. ‘Dank u wel meneer.’ Ze loopt even naar een manager.

Ik verwacht dat ze de schuld kwijtscheldt vanwege de eerlijkheid. Maar ze heeft het bonnetje van de koffie en thee bij zich. 4 euro. Ik open mijn beurs en zie dat hij leeg is. ‘Dan moet ik pinnen’, stamel ik. ‘Nee’, zegt mijn tafelgenote. Ze trekt 3 euro uit haar portemonnee. ‘Je hebt net een fooi van 2 euro gehad.’ Genoeg.

In mijn binnenste sla ik het mannetje in elkaar dat mompelde dat eerlijkheid wordt beloond.