De weg naar het zwembad zit zondagmorgen vol gevaren. Gevaren in de vorm van glasscherven. Er zijn mensen die het leuk vinden om lege – of misschien zelfs gevulde – bierflesjes op het fietspad stuk te slaan. Zo vormt zich een heus spijkerbed aan glasscherven.

Met lekke banden tot gevolg. En ik heb er al een paar gehad deze herfst. Zeker, ik probeer uit te kijken. Onderwijl een slingerende dochter waarschuwend. ‘Het is glad. Er liggen glasscherven. Er komt iemand van rechts.’

De waarschuwingen gelden vooral voor mijzelf. Vanmorgen trof ik weer een fiets in de schuur met een lege band. Dit keer een voorband. Restte niks anders dan te voet naar het station te gaan. Rennend koos ik het grasveld van het Manifestatieveld. Scheelt toch weer een paar 100 meter glijden over de ijzel. De wegen in Almere waren vanmorgen namelijk bedekt met een laagje ijs. De Grote markt in Almere was even veranderd in een winterijsbaan.

Bij thuiskomst vanavond mocht ik dus weer in het koude schuurtje. Band plakken. De voorband. Het lek was snel opgespoord. De dader ook. Het gevolg: een jaap in mijn wijsvinger en eentje in mijn middelvinger.

Ik speurde met 2 vingers aan de binnenkant van de buitenband naar de oorzaak: een glassplinter. Op het moment dat je er langs gaat, trek je een haal in je vinger. Van de vorige heb ik een paar dagen aardige last gehad. Dat krijg je als je met 10 vingers typt en je werk typen is.

Hopelijk overleef ik morgen glas en ijs. Als de band goed gerepareerd is.