Ook het Nederlands Calvinisme kent zijn eigen Magnificat. De lofzang van Maria kreeg achter de psalmberijming een plekje als nummer 2 van de in totaal 12 enige gezangen. Naar mijn idee is het de enige plek dat het lied van een vrouw wordt opgevoerd. In mijn fantasie is het de laatste plek waar Maria nog een positie heeft in het Nederlands Calvinisme.

Omdat het advent is en ik vind dat Maria wel wat meer eer mag hebben, improviseerde ik de laatste weken veel over dit lied. Ik wilde deze improvisatie eigenlijk een plekje geven in mijn orgelmeditatie van 2 weken geleden. Het lukte niet. Daarom op deze laatste adventszondag geef ik de zwangere Maria gelegenheid de lof toe te zingen op de vrucht die ze in zich draagt.

De improvisatie bestaat uit een omlijsting van het koraal. Daarna geef ik liefst 7 improvisaties op lied. De wisselingen zijn op: 0:05 (koraal); 1:06 (1); 2:29 (2); 6:43 (3); 8:01 (4); 9:46 (5); 10:39 (6); 11:33 (7); 13:51 (koraal).