Ze turen met de konten naar beneden. De meeuwen staan keurig in een rijtje op de dakrand. Normaal vallen ze niet zo op. Maar met een beetje mistroostig weer, trekken ze mijn aandacht. Dan tuur ik over mijn boekrand naar buiten en ze staan. Allemaal dezelfde kant op. Als afgezanten van de mistroostigheid.