De actie Serious Request was dit jaar neergestreken in Leiden. De 3 hongerende DJ’s zaten 6 dagen in het Glazen huis op de Beestenmarkt van de stad waar ik studeerde. Een prachtige actie natuurlijk voor al die moeders die er alleen voor staan door oorlog. De opbrengst is meer dan verdiend. Toch lees ik kritische geluiden.

Constanteyn Roelofs stelt bijvoorbeeld in NRC Next dat ‘bierzuipen bij het glazen huis geen activisme is’. Hij ergert zich aan zijn mede korpsgenoten van studentenvereniging Minerva. Zij zouden elke dag van Serious Request een feestje maken. Het goede doel dient volgens Roelofs vooral als excuus. In zijn verhaal trekt hij een vergelijking met actievoerders op de pleinen in Caïro en Damascus.

De vergelijking gaat mank naar mijn oordeel. Omdat het ideaal wezenlijk verschilt. In Nederland draait het om het inzamelen van geld. In Caïro en Damascus draait het om vrijheid. De strijd voor de eigen vrijheid en eigen rechten. Dat staat in geen enkele verhouding met het inzamelen van geld voor een goed doel.

Dat neemt niet weg dat de actie Serious Request meer en meer verworden is tot een commercieel spektakel. In mijn ogen een veel ernstiger zaak. Het draait allang niet meer om het goede doel. Steden zien in de actie een marketingtool voor stadspromotie. De middenstand vaart er wel bij.

Bovendien vraag ik mij meer en meer af of de actie niet meer kost dan het opbrengt. De opbouw van het glazen huis, alle menskracht die in touw is en de grote hoeveelheid kosten die met de aandacht op de actie gepaard gaan. Het weegt bijna niet op tegen de opbrengst. Het is geen offer meer, maar een goedmakertje. Het echte offer zou zijn: een week geen radio. De opbrengst hoeft niet eens hoger uit te vallen, maar het raakt wel meer onze waarden.