Het koortje zingt tegen de klippen op. Het kerstgezelschap luistert niet. Ze praat, kwekt en lult. Ditjes en datjes vullen de ruimte. Geroezemoes overstemt het kerstlied. Het koortje is een geluidsbehangetje. Het is zo kaal zonder.

Dan neemt de visionair het woord. Ik vraag me af wat een visionair is. Iemand met visie. Iemand die vooruit kijkt. Iemand die iets zag voor de rest iets ziet. Hij maant tot stilte. Nog even luisteren naar deze 5 dames roept hij. Ze doen het.

Een kerstbal spat, een glas valt. Maar het koortje zingt. Dat ze boven praten deert niet. Dan interviewt de visionair mensen. Stelt vragen. Goede vragen, vindt hijzelf. Ik vind dat hij moeizaam voortploegt op de akker. De grond is rul, het publiek stil. De grond blijft onvruchtbaar, want ze krijgt geen lucht.

Een visionair praat niet. Hij kijkt, luistert, tast, proeft en ruikt. Zonder zeggen ziet hij. Het beestje moet een naam hebben. En dat krijgt het. Daarmee verplaatst de hele vertoning zich tot geluidsbehang. Het behang van muziek is verruild voor een behang van woorden.