Slapen in een vreemd bed, noopt je soms tot een vreemde houding. Zo hoorde ik ‘s avonds al een wild gestommel, gecombineerd met een luid gemopper. Ik kon de woorden niet verstaan, maar er moest iets niet bevallen in haar slaap.

Ik herken de slaap van mijn dochter. Ik ben net zo’n woelrat in bed. Het levert soms vreemde gewaarwordingen op. Zo wilde ik haar even wekken voor de avondplas. Ik opende de deur van de slaapkamer van het huisje.

Tot mijn verbazing trof ik een leeg bed. Het kussen lag onbeslapen. De knuffel verbleef ergens midden op het lege matras. Alleen aan het einde lag een dikke berg dekbed.

Ik keek nog eens goed. Het hoopje dekbed aan het einde van het matras was mijn dochter. Ze had zich helemaal in het dekbed gerold. Van boven en onderen werd ze omringd door het warme matras. Aan het einde zat een opening waar een stukje hoofd uit kwam. Aan het andere einde bengelde een stukje voet.

De volgende dag vertelde ik mijn dochter hoe ik haar had aangetroffen. Het verhaal werd opgeluisterd met de foto’s die ik had genomen. Ze moest lachen. Fantaseerde hoe het gebeurd kon zijn en vond haar stukje blote voet erg komisch.

‘Je was precies een augurk die in een plakje boterhamworst is gerold’, vertelde Inge. Doris lachte. ‘Ja, alleen kon je me niet opeten.’