Het was zondagavond bij de nachtzoen dat ik haar succes wenste op school. De vakantie voorbij zou ze maandag de draad weer oppakken. ‘Doe de groeten aan de juf’, zei ik terwijl ik het licht uitdeed.

Ik herinnerde mij hoe mijn vader altijd de leus meegaf mijn best te doen. Vaak vroeg hij erbij of ik de meester of de juf de groeten wilde doen. Ik vergat het altijd om de groeten over te brengen. Zo werd het langzaam een opdracht die erbij hoorde en die meer voor mij was dan voor mijn meester of juf.

De volgende avond vroeg ik haar hoe het geweest was. ‘Ik heb een nieuw woord geleerd’, vertelde ze. ‘Riem’. Ik vond het stoer en vroeg of ze de juf de groeten had gedaan. ‘O, vergeten’, zei ze. ‘Voel eens in je zak?’ vroeg ik. Haar vingers gleden in haar lege broekzak. ‘Niks’, zei ze.

‘Nou’, zei ik plagerig. ‘Volgens mij zitten daar nog de groeten in. Ik denk dat je ze in je zak hebt laten zitten.’ We moesten er allebei om lachen. Ze voelde nog eens in haar zak en knikte. ‘Ja, daar zitten de groeten.’ ‘Hou ze er maar in, dan kun je ze morgen geven’, antwoordde ik.

Ik was de groeten allang weer vergeten, maar vanmorgen liep ze naar school en dacht ineens aan de groeten. ‘Ik moet van papa de groeten doen aan de juf’, zei ze tegen Inge. Alleen zat ze er over in. In de tweede helft van de week heeft ze een andere juf dan de eerste. Maar de tweede juf mocht ook wel de groeten hebben.

Zo gaf ze keurig de groeten. Ze haalde ze uit haar broekzak en ze overhandigde ze aan de juf. Die snapte er niks van en kon alleen maar lachen. Zo gaat dat met groeten die niet meer in je zak branden. Maandag gaat ze haar andere juf de groeten doen, beloofde ze vanavond. Snel stak ze de nieuwe groeten in haar zak.