vloeken en dichten

Een apart initiatief is dat zogeheten ‘nieuwe vloeken’. In tegenstelling tot het verbieden van vloeken zoals de Bond tegen het vloeken al jaren bevecht, suggereert de initiatiefnemer Wessel Bottenberg om oude scheldwoorden als nondeju en minkukel. Ik werd op het nieuwe vloeken gewezen door de bijdrage Potverdriedubbeltjes van medeblogger Sharp Ben.

Magie van het woord
Natuurlijk vloeken is grof, onbeschaafd en kwetsend. Vooral het laatste. Vloeken is bedoeld om te kwetsen. De kracht van het woord is bepalend bij het vloeken. De lexicoloog Piet van Sterkenburg noemt dat in zijn boek Vloeken ‘de magie van het woord’. Een vloek is een reactie op een situatie en bedoeld om de frustrerende situatie weer onder controle te krijgen.

Ik merk met initiatieven als hetnieuwevloeken dat de taal heel machtig is. Onze maatschappij is gevoelig geworden voor doodsbedreigingen, verwensingen en vloeken. Iemand een ernstige ziekte toewensen wordt als zeer storend ervaren. Het is volgens mij de essentie van de verwensing. Als je iemand als een minkukel aanduidt of schobbejak, dan heeft het ergens iets schattigs over zich. Het maakt bij de spreker zeker geen einde aan de machteloze situatie. Een vloek of verwensing gebeurt uit onmacht.

Overigens is het merendeel van de lijst van Wessel Bottenberg een verwensing en niet een vloek. Alleen ‘verdikkie’ en ‘verdulleme’ kunnen als vloek doorgaan. Wel in ernstig afgezwakte vorm. Hier is de vloek een referentie naar de vloek waarbij God wordt aangesproken. Het heeft overigens weinig met nieuw van doen. Ook worden bepaalde ziektes aangehaald in de lijst, zoals klerelijer dat weldegelijk verwijst naar een ernstige ziekte.

Vloeken is sterk cultureel bepaald en zal altijd bepaalde taboes aanspreken. In Nederland is dat God en zijn dat ernstige ziektes. In andere culturen is het een verwensing in de richting van de moeder, zoals ‘motherfucker’ in Amerika. Er zijn culturen waarbij de verwensing vele malen erger kan zijn.

Ik moest gelijk denken aan Jan van Akens Koning voor een dag. Dit boek gaat over de Ionische dichter en ‘rapper’ Hipponax. Hij bezingt zijn vijand en beeldhouwer Boupalos als ‘moederneuker’. Volgens mij komen hier 2 magische elementen van de taal samen: vloeken en dichten.