De grote zwaan liep over het fietspad in mijn richting voor zijn middagwaggeling. Achter hem klonk het carillon waarop de stadsbeiaardier zijn wekelijkse recital ten gehore bracht. De bomen aan weerszijden en de eerbiedwaardigheid maakten het tot een mooi laantje.

Alleen hij liep daar. Op zijn dode akkertje. Niet gehinderd door enige haast of opvliegendheid. Hij volgde daarmee het voorbeeld van Almeerders. Die zijn ook zo gek om rustig te kuieren in het midden van het fietspad. Het liefst met 3 of meer naast elkaar.

Hij stopte even bij een plasje water, aan de rand van het fietspad. Gestaag zakte zijn nek, maakte een heuse zwanenhals en slobberde het water de snavel in. De hals trok zich omhoog, liet het water door de enorme hals zakken en zeeg weer ineen om een volgende slok uit het plasje te diepen.

Uitgedronken stapte hij weer rustig verder. Hij liep recht op mij af. De rust en het carillonspel gaf ons voldoende vertrouwen in elkaar. Een vrouw fietste voorbij. ‘Hij laat zich niet afleiden hoor’, zei ze. Ik wist niet of het een waarschuwing was in mijn richting of een beschrijving van het tafereel. We lieten ons inderdaad niet afleiden.

Hij schoot vlakbij mij van het fietspad, koos het voetpad, achter de boomstam. Een iets veiliger afstand ontstond tussen ons. Zijn waggel zette door. Hij verloor iets van zijn statigheid waarmee hij zich door het water peddelt. Nu zwiepte het lijf log een stuk door terwijl zijn peddels allang geland waren op het steen van het trottoir.

Bij de oversteekplaats, wachtte hij geduldig. Keek spreekwoordelijk links en rechts, deinsde even terug voor de fietsers die passeerden, waarna hij rustig overstak. In het gras langs de gracht geland, maakte hij van de gelegenheid gebruik even goed zijn veren op te schudden. Zijn snavel dook diep in het verendek. Waarna als besluit de staart tevreden heen en weer bewoog.

Het meerkoetje zag het allemaal van een afstandje aan. De zwaan zette zich in beweging om de afdaling van het talud in te zetten. Nerveus schoot het meerkoetje weg. Alsof deze koning van het fietspad zich gehinderd zou voelen. Ondertussen zette het carillon een populair deuntje in van Händel. Tijd om verder te gaan.