Ze gooit de bal in de basket

‘Ik wil zo graag een keer basketbal spelen op de playground’, zei Doris gisteren. Zo liep ik ‘s middags na het bezoek aan teckel 2 naar het speelveld aan de andere kant van de Amsterdamweg. Ik nam Teuntje mee, maar honden mogen er niet komen. Daarom bleef ik netjes aan de andere kant van het hek staan terwijl Doris de bal in de basket probeerde te krijgen.

Ik dacht terug aan de vruchteloze pogingen van mij om de bal in het basket te werpen. Zelfs een miniatuurversie bij mij op de kamerdeur geplakt, hielp niet de vaardigheid in de smiezen te krijgen. Altijd ernaast of in het ergste geval tegen de metalen ring. Doris wierp eveneens tevergeefs de bal omhoog. De wind blies koud langs mijn oren en ik had er geen zin meer in. Gesteund door Teuntje die ook graag terug naar huis wilde, gingen we de terugtocht aan.

Vandaag combineerde ik het eveneens met het uitlaten van het hondje. Doris mocht alvast oefenen op de playground, terwijl ik verderop in het park met Teuntje liep. Ze had er weinig zin in, daarom besloot ik eerst maar de teckelpup thuis af te leveren. Daarna liep ik terug naar het speelveld. We kregen zo de kans om samen te basketballen.

Voor mij gevoel is basketballen weinig anders dan korfballen. De basket hangt net zo hoog. Al kun je hier de bal tegen het houten beschot werpen. Het biedt de laatste kans hem erin te krijgen. Mij lukt het niet. Ik bewonderde het doorzettingsvermogen van mijn dochter de grote bal in de hoge ring te werpen.

Ze bleef het proberen. Ik gooide soms voor, kreeg hem wonderwel in de ring en dan mocht zij weer. ‘Kom, we gaan naar huis’, zei ik. Ik had er geen zin meer in. We hadden al een hagelbui doorstaan en mijn handen werden koud. ‘Nog 1 keer’, zei ze. ‘Nog 1 keer.’ Ze gooide omhoog. Precies in de basket.

Wat waren wij trots.