Als voorbereiding bij de aanschaf van onze hond sloeg ik het boek Braaf van Rien Poortvliet weer open. Ook was ik enthousiast geworden door Van de hak op de tak dat ik voor een paar euro’s had gekocht bij de Kringloopwinkel. Het boek verscheen een paar jaar voor Braaf. Daarin komen ook enkele honden voor die je in Braaf ziet terugkomen.

Vooral de komst van een nieuw teckeltje in huize Poortvliet levert herkenbare beelden op. Voordat de oude Max doodgaat, zegt Poortvliet dat ze geen teckel meer nemen.  ‘We hebben met die goeie ziel enorm geboft en de kans is klein dat je er zóeen weer krijgt.’ Als de hond dan sterft, komt er spoedig toch eentje. ‘Mevrouw Poortvliet kon het toch niet zonder ruwhaar teckeltje stellen.’

De hond krijgt de naam Gideon, terwijl ze net een paar weken de Duitse Staande Draadhaar Ezechiël in huis hebben. De activiteiten in huize Poortvliet verschillen niet veel van de dingen die wij hier te doen hebben. ‘Als hij dan ‘s avonds eindelijk vredig ligt te slapen, af en toe opgewipt door een groeistuip, zit ik ‘m met bewondering te bekijken – dat zo’n hondje het allemaal kan hebben: z’n moeder kwijt, in een vreemd huis en keer op keer dat klierige nee.’

De opsomming die volgt is minstens zo herkenbaar:

  • ‘aan het snoer van de stofzuiger trekken: nee!’
  • ‘gezellig binnenshuis even een plas doen: nee!’
  • ‘beetje aan een stoelpoot knagen: nee!’
  • ‘krant verscheuren: nee!’
  • ‘aan het tapijt vreten: nee!’

Hier in huis gaat het er weinig anders aan toe. En dan komt over een maandje onze nummer 2 erbij! Net als Poortvliet zijn we bijzonder ingenomen met de nieuwe vriendjes ‘en hebben we er echt alle vertrouwen in dat over een poos alles weer normaal toegaat.’