Dan breekt het moment aan: je leest niet meer voor maar wordt voorgelezen. Een paar dagen geleden drukte ik haar de Jip en Janneke voor de neus. ‘Lees mij maar eens voor’, zei ik. Ze begon te lezen. De eerste regel, de eerste alinea, de eerste kolom. Het verhaal was uit voor we er erg in hadden.

Zo gaat dat met grote dochters: ze lezen je voor. Gelukkig mag ik soms ook nog een verhaal voorlezen. We lezen op dit moment naast Jip en Janneke een prachtig boek waaruit ik mag lezen: Winnie de Poeh.