imageIk passeerde de etalage in de pauze en zag een prachtige schoen staan. De etalageruit schreeuwde met felle kleuren en dikke letters kortingen van 40 procent. Het was mijn schoenenmerk die daar stond: Meindl. Ik herkende de brede band van voren en de krachtige leren uitstraling.

Het paar dat ik draag is versleten. Op. Ruim 2,5 jaar geleden kocht ik het bij de schoenenwinkel in Almelo. Bij de zomeropruiming, een mooi set. Het kostte mij veel moeite om het paar goed in te lopen. Bovendien kreeg ik last van mijn wreef. Kortom, het klikte niet zoals bij mijn vorige set.

Nu loop ik er alleen nog maar op. Zodoende durf ik het ook niet zo goed aan. Ik stapte de zaak in en vroeg naar de opruimingsschoenen. ‘Oeh, maat 40’, zei de vrouw. ‘Dat is wel klein zeg.’ Ze liep naar achteren. ‘Maar deze schoen is ook wat’, antwoordde de vrouw die achter de kassa stond.

Ze hield een schoen omhoog met een hoog plastic gehalte. ‘Kun je daar ook op wandelen?’ vroeg ik huiverig. De kunststofschoen deed mij denken aan mijn hardloopschoenen. Ik zag het materiaal en vroeg mij af of het tegen mijn wandeltechniek bestand zou zijn. Ik slijt schoenen bij de vleet. Ongeacht prijs.

De vrouw kwam terug van achteren met een paar schoenen. De lichte kleur maakte mij al huiverig. Het was wel mijn favoriete merk. ‘Het enige dat ik nog heb staan in uw maat. Ik weet niet of deze schoenen niet een beetje te smal voor u zijn’, zei ze. Ze keek naar mijn uitgelebberde schoenen. ‘Maar ik heb een smalle voet hoor’, antwoordde ik geruststellend.

De schoenen zette ze neer en ik liet mijn voet in de schoen zakken. De veters trok ik flink aan. Ik probeerde een eindje door de zaak te lopen. Ze voelden niet stevig. De stap klonk alsof ik met een heuse leren zool rondstapte. De puntige voorkant wees te eigenwijs vooruit.

Ik liep nog een rondje. Een kaartje dat vasthing aan de veter tikte bij elke stap die ik zetten tegen de vloer. De andere vrouw achter de kassa, liep naar mij toe met een schaar. ‘En?’ vroeg ze. ‘Hoe lopen ze?’ ‘Ik weet het niet’, reageerde ik twijfelend. ‘Ik weet het niet, ik heb er geen goed gevoel bij.’ Ik vond het vervelend, voor deze lage prijs zo’n bijzondere schoen te laten staan.

‘Maar als u al zo lang met deze schoen loopt, dan is elke andere schoen wennen.’ ‘Dat weet ik, maar ik moet er wel een goed gevoel bij hebben.’ ‘Jammer’, zei de vrouw achter de kassa. ‘Ik was al heel blij dat ik deze schoen wist te vinden’, vond de andere verkoopster.

‘Ik hoopte op iets andere schoenen. Zoals deze’, zei ik terwijl ik met melancholie naar mijn oude paar wees. ‘We hebben daar veel van gehad’, antwoordde de dame achter de kassa. ‘Zijn die allemaal verkocht?’ vroeg ze de andere verkoopster. ‘Ja, de laatste hebben we aan die ene man verkocht. Die Reiki-leraar, met die haren.’ De verkoopster lachte. ‘O ja, die man die op blote voeten liep.’