ritsHij laveert over het pad. Het gaat traag. De tong hangt een eind uit de mond. Terwijl hij loopt, probeert hij zijn dikke winterjas dicht te krijgen. Het lipje van de runner wil niet sluiten. De pas slingert. De tong steekt hij nog een eindje verder uit de mond. De ogen kijken naar de rits en niet in de looprichting.

Het lipje wil niet in de tandjes van de rits. Ze blijven niet haken, schieten telkens weer naast de runner. Dan kiest hij voor de makkelijkste weg. Hij staat stil, tuurt naar de rits en sluit hem. Laat de kou maar komen, zie ik hem denken. En de kou komt.