De zwanen houden meer van het water dat op het ijs ligt.

Het verlangen naar de Elfstedentocht is zo sterk, dat het gedoemd is tot mislukken. Als je er alles aan doet om iets voor elkaar te krijgen, lijkt het juist niet te gebeuren. Zeker als je afhankelijk bent van de weergoden. Hoe meer moeite je doet om het ijs hard te krijgen, hoe minder moeder natuur hoeft te doen.

Ik lees teleurstelling in het bericht dat vannacht een halve centimeter ijs aangroeide. Dat had er meer moeten zijn, staat er. De rayonhoofden meten ‘s morgens vroeg, ‘s middags na de lunch, na het avondeten en voor het slapen gaan. Meer meten kan niet. Het moet meer zijn. Door te meten moet het ijs aangroeien. De vorst vindt van niet. Jullie willen en meten maar, maar er gaat eentje over de Elfstedentocht. Dat ben ik!

Als Jip en Janneke in het verhaal ‘Eerste aardbeien’ elk uur gaan kijken of de aardbeien rijp zijn, zegt moeder dat je dat juist niet moet doen. Jullie kijken maar en kijken maar. Je kunt dat beter niet doen en er even niet aan denken. Het is de beste remedie, zo blijkt uit het verhaal. Ze vergeten de hele aardbeien. Als ze 2 dagen later kijken, zijn ze rijp. ‘Wat is dat vlug gegaan’, constateert Jip. ‘Dat komt omdat je er niet meer naar gekeken hebt’, zegt moeder. ‘En omdat je er niet op hebt zitten wachten.’

De collectieve schaatskoorts doet bijna de rest vergeten. Er zijn zoveel andere schaatswedstrijden en evenementen. Misschien gewoon daarvan genieten, in plaats van te denken aan die grote tocht. Als je er niet aan denkt, dan zou het nog weleens kunnen gebeuren. Nu is verlangen veel te groot. Te groot dat het alleen maar op een teleurstelling kan uitlopen.