De vogels uit de buurt hebben zich verzameld in een wak in het ijs bij de Haarlembrug. Een eindje van mijn huis maar dichtbij genoeg om het uit mijn zolderraam te kunnen zien. De groep vogels groeit gestaag. Het wak neemt gestaag aan volume af. De zwanen houden de hele tijd hun kop onder water. Op zoek naar iets eetbaars op de bodem. Als ik naar buiten kijk, zie ik steevast een zwaan ondersteboven.

Ergens in de middag, op het moment dat het zonnetje heerlijk op de gracht scheen, zag ik een aalscholver in vol ornaat zijn vleugels spreiden. Het leek of het dier de zegen uitsprak over de verzamelde eenden, zwanen, koetjes en hoentjes.  De vleugels trilden zachtjes om te drogen in de ijskou.

Bij het langslopen nog wat later op de middag, had de aalscholver gezelschap van een andere aalscholver gekregen. Ik kon ze op een dichte afstand naderen. Zelfs als ik op de brug stond, bleven ze deftig op de rand van het ijs zitten. De vleugels ineengeslagen. Wat koukleumeriger dan eerst.

Wat drijft daar? Een zwanenpoot?

De rest van de watervogels zwom hoopvol in mijn richting. In het water dobberde iets dat op een grote zwanenpoot leek. Misschien is mijn fantasie groter dan de werkelijkheid. De vogels dreven erbij alsof er niets aan de hand was. Maar dat gebeurt meer als er zojuist een drama achter de rug is.