imageZe stappen in en beginnen gelijk. Het ene mannetje wijst het andere mannetje op de berg gratis krantjes op het treintafeltje. ‘Wat een stapel kranten zeg.’ De ander pakt het op en maakt er een stapeltje van. Hij legt het neer en ploft zelf op de bank. Zijn bril drukt hij terug omhoog op zijn neus.

‘We kunnen ze wel meenemen voor het oud papier. 6 cent de kilo’, zegt de mopperaar tegen de man met de bril. Hij vervolgt zijn verhaal zonder een antwoord van de bril af te wachten. ‘Tjonge wat heb ik vroeger een kranten gehaald zeg. En dan haalde ik een gulden op. Zo, daar kon je veel snoep voor kopen joh.’

De bril knikt. Hij drukt zijn hoofd tegen het raam aan. Zijn bril kruipt weer naar beneden over zijn neus. De mopperaar let niet op. ‘Daar hebben ze nu geen zin meer in. De hele dat zitten ze achter dat ding.’ De man met de bril knikt en mompelt iets. Zijn reisgenoot kan rustig verder. ‘Of ze zitten achter de playstation. En was het dat alleen maar. Ze moeten daar dan ook nog een Nitendo DX bij hebben, een Wii of een X-box.’

‘Ach ja, elke tijd heeft zijn dimensie’, zucht de man met de bril. Hij gaapt. Zijn hoofd laat hij rusten op zijn hand. ‘Moeje een turf’, zei mijn oma dan altijd. De man knikkelbolt. Het zonnetje warmt hem genoeg op om na deze werkdag in slaap te vallen. ‘Maar het wordt er niet leuker op’, reageert de mopperaar op de verzuchting van zijn bebrilde reisgenoot. Die dommelt inmiddels in slaap.

‘Vroeger gingen wij tenminste nog hutten en vlotten bouwen. Naar buiten, speelden een potje voetbal. Of zwierven door de weilanden. Nu zitten ze alleen maar achter computer.’ ‘Te twitteren en te facebooken’, zegt de bril. ‘Inderdaad. Ze weten niet eens meer wat spelen is. Laat staan dat ze kranten ophalen.’

Hij bukt voorover naar de kranten en kreunt. ‘Ah, ik heb last van mijn nek, moet eigenlijk naar de fysio. Er ligt al 2 maanden een verwijsbrief bij mij thuis’, vervolgt hij. De man met de bril kijkt even op. ‘Dan moet je ook gaan.’ ‘Nee, dan ga ik er heen en dan moet ik weer oefeningen doen. En daar heb ik dan echt geen zin. Maar ik zwem elke woensdag. Weet dat als je 2 keer in de week 40 baantjes trekt, dan val je 3 kilo in de maand af. Maar afgelopen donderdag ging het niet, toen was er voetbal.’

De man met de bril reageert niet meer. Het dommelen is veranderd in slapen. Zijn handen rusten op zijn grote buik. Een zacht snurken ruist boven het suizen van de trein. Inderdaad vroeger was alles beter. De mopperaar ziet zijn reisgenoot in slaap. Trekt zijn hand nog een keer door zijn nek en pakt het bovenste krantje van het stapeltje.