Normaal zou ze wegrennen en nu bleef ze liggen. In het gras tegen het talud van de dijk lag een dode ree. Het was een vrouwtje, haar oog keek opengesperd naar de hemel. Het andere moest de grond aanstaren. Ze lag doodstil. Ik keek nog eens goed of ze echt dood was. De bolle buik verried dat ze zwanger was.

Een verkeersslachtoffer. Boven op de dijk raasde het verkeer. Bij mensen zouden hulpdiensten het lichaam al hebben opgeruimd. Hier lag het opzichtig dood te zijn. Het kon er nog niet lang liggen, daarvoor was het lichaam te weinig ontbonden.

Ik holde verder en liet de vergankelijkheid achter. Onnodig en met slechts enkele secondes had het lot beslist.