Ze komt onverrichter zake terug. ‘Papa ik kan de wc niet vinden.’ Ze mocht van mij zelf naar de wc in de dubbeldekstrein. Maar het is toch lastig om die kleine ruimte te vinden in de schommelende trein. We naderen de eindbestemming, station Almere Centrum.

De trein rijdt Almere binnen en ik weet dat het nog even duurt voordat we er zijn. Snel verzamel ik de spullen, stop ze in de rugzak en loop haar achterna. We hobbelen de trap af. De tussendeuren schuiven open. We schudden over de harmonica tussen de rijtuigen en stuiten op een berg koffers.

De koffers blokkeren de ingang van het toilet. Ze zijn afkomstig van het groepje jongeren dat druk te oreren zit in op de bankjes tegenover het toilet. Geen wonder dat Doris het niet kon vinden. Een groep toeristen zit breeduit en discussieert in een taal die ik identificeer tot Portugees. Hun uiterlijk in combinatie met het wilde gebaren doet vermoeden dat ze uit Latijns-Amerika komen. Ik denk snel aan Brazilië.

Ik vraag in Engels of de deur naar de wc misschien vrijgemaakt kan worden. De vier jongens praten druk verder. Het enige meisje van het gezelschap zucht, trekt een koffer weg en tilt de andere op. Ze zit nog en hangt met haar lichaam over de stoelleuning. We kruipen een weg naar de wc.

Terwijl ik zo sta, gebaart het meisje naar de jongens. Ze wijst naar de wc en begint een lang verhaal. Ik vermoed dat ze haar gelijk wil halen over het gangpad dat vrij moet zijn van koffers. De jongens gebaren even wild terug. Dan draait het meisje om in mijn richting. ‘Central Station’.

In Engels vraag ik of ze in Amsterdam moeten zijn. ‘No, no, English’, zwaait een jongen wild met zijn armen. Ik herhaal mijn vraag in nog eenvoudiger Engels. Hij draait zich om. ‘No, no, English.’ Het meisje kijkt mij geschrokken aan. ‘No, Amsterdam’, herhaal ik. ‘Almere. You must go back, in other train.’

‘No Amsterdam?’ vraagt het meisje. Ze kijkt me aan alsof ik haar voor de gek houd. Ik schud mijn hoofd. Ze begint vervolgens 1 van de jongens van repliek te geven. Ik vermoed dat ze iets zegt als dat ze toch gelijk had. De jongen had op Schiphol beweert dat dit de trein naar Amsterdam was. Het was de verkeerde trein.

De andere 3 jongens beginnen ook te schelden in mijn richting. ‘Don’t shoot the messenger‘, denk ik alleen. Maar voor een citaat uit het oeuvre van Shakespeare zullen de niet-Engelssprekende toeristen weinig boodschap hebben. Hoe mensen kwaad worden op de boodschapper terwijl de boodschap slechts nieuws is. Ik heb het gelijk te doen met alle mensen die slecht nieuws moeten vertellen, terwijl ze er op geen enkele manier iets aan kunnen doen.

De trein mindert vaart en het deurtje van de wc gaat open. Ze is klaar. De handen gewassen. De lucht van rails suist door de koker de trein in. Het deurtje klapt dicht. Ik probeer aan het meisje uit te leggen dat ze naar een ander spoor moet. Maar ze heeft geen oog voor mij. Druk in gesprek met haar 4 reisgenoten. ‘No, no, English’, gebaart de jongen. Hij draait zich gelijk om.

Dan zoeken ze het zelf maar uit denk ik. Ik draai mij om en loop samen met mijn dochter terug naar het andere rijtuig. Als we uitstappen sjouwen de jongeren hun koffers uit het treinstel. Forenzen schieten gehaast langs hen heen. Het meisje praat met een vrouw. De vrouw gebaart wild. De jongen van zojuist kijkt mij snel aan. ‘No, no, English’, zeg ik. De grijns waarmee hij antwoordt, zegt voldoende.