image

De voorjaarszon schijnt in het straatje langs de seniorenwoningen. Een oudere vrouw staat buiten in het smalle strookje tuin van haar appartement. Tussen tuin en pad staat een hek. De bebladerde struiken drukken hoog tegen het hek aan.

Ze heeft een grijze trui aan, de armen in de zij. De borsten steken puntig naar voren. Haar haren keurig in de krul. Ze kijkt tevreden naar de zon. Hij streelt het straatje langs haar appartementencomplex.

De voorjaarswarmte waait onwennig door de bomen aan de andere kant van het pad. Een merel fluit een overtuigend lied. Achter het huizenblok rollen de wielen van een tram over de rails.

Een man loopt over het zonnige pad. Hij sloft traag. Zijn schaduw loopt schuin achter hem aan. Zijn kale hoofd en de grijze haren aan weerszijden van de bleke knikker, verraden dat hij ook op leeftijd is. Een geruit spencer draagt hij. Zijn gestalte is lang. Hij beent groots door het straatje in de richting van de vrouw.

‘Hoe is het met Doortje’, vraagt hij. ‘Het gaat goed met Doortje’, antwoordt de vrouw. Ze glimlacht beleefd terug. Dan moet hij er zelf om lachen. ‘Dat is mooi dat het goed gaat met Doortje.’

Ze maken even een praatje, dan draait zij zich om het appartement in en sloft hij verder.