image

De stationshal van Almere Centrum loopt langzaam vol

Het begint als je eraan komt fietsen. Er hangt iets in de lucht. Bij de klim op het fietspad ving al iets op. Het einde van het perron ligt naast het fietspad. Het is dan nog een aardig tripje maar als er iets omgeroepen wordt, kun je dat horen. ‘We vinden de overlast erg vervelend daarom bieden wij u gratis een kopje koffie aan in de kiosk.’

Overlast? Gratis kopje koffie? In mijn onschuld denk ik aan de afgesloten (rol)trappen op het station die al weken voor overlast zorgen. Om daar een kopje koffie voor aan te bieden? Ik fiets door. De stationshal passeer ik. Drommen mensen wachten voor de automaten. Het is druk op dit uur.

Ik wil mijn fiets wegzetten. Iemand anders is nog bezig. Hij haalt zijn fiets juist weg. Een ongebruikelijke handeling. Hij heeft muziekdopjes in de oren, dus hij schreeuwt een beetje. ‘Ga maar weer naar huis. Er rijdt toch 9 uur geen trein. Een storing.’

Lätta Lekker Luchtig

Gratis uitgedeeld promotiepakketje Lätta Lekker Luchtig

Toch nieuwsgierig wat er precies is, neem ik poolshoogte. Een massa mensen staat in de stationshal. Niet alleen bij het kaartjesautomaat. Overal. In de hal staan 2 grote stands van Lätta. Lätta Lekker Luchtig staat op een groot bord boven de stand. Jongelui delen bakjes Lätta uit. Er zit een minuscuul broodje in met een rond bakje ‘luchtig opgeklopte halvarine’ die je zo uit de kuip kunt ‘scoopen’. Ik krijg een bakje van een donkere jongen.

De mensen in de hal scoopen niks. Ze kijken lijdzaam naar het bord waar de mededeling dat er geen treinverkeer rijdt, onveranderd blijft. Opnieuw klinkt de omroeper: ‘We vinden de overlast erg vervelend daarom bieden wij u gratis een kopje koffie aan in de kiosk.’ De kiosk op het station zit potdicht. Misschien is dat wel de grap. ‘Ik moet echt om 9 uur in Amsterdam zijn’, hoor ik iemand zeggen.

Gratis kopje koffie, maar de kiosk zit potdicht

Ik loop terug naar mijn fiets. Lijdzaam toezien dat er geen treinverkeer rijdt, hoef ik niet. Daarom loop ook ik terug. Als ik mijn fiets uit het rek haal, komt een nieuwe klant. ‘Ga maar weer naar huis’, zeg ik. ‘Er is een grote storing. Er rijdt tot zeker 9 uur niks.’ De man kijkt mij vreemd aan, zet zijn fiets weg en loopt naar de hal met wachtende mensen.