image

We zitten in een hoekje van het restaurant onder glazen koepels. De eerder uitgezochte grote tafel met beter uitzicht over de dierentuin is het niet geworden. In plaats daarvan zitten we verstopt achter een palmboompje. Ik heb voor mijzelf een bord met friet, 6 gehaktballetjes en een frutje salade gehaald. De anderen zitten met voorverpakte broodjes of een schaal met salade voor zich.

Eerder die morgen twijfelde ik of ik niet brood mee moest nemen. Gewoon op een bankje ergens tussen de dieren. De rest vond het niet zo’n goed idee. ‘We gaan lekker uit’, was de reactie. Daarom zitten we nu ver van de dieren af en kijken naar mensen met voedsel voor hun neus. Bijna net zo vermakelijk als het kijken naar dieren die aan het eten zijn. De jongen knoeien even aandoenlijk en maken er net zo’n spel van als de dieren.

Bij het wegbrengen van de lege dienbladen passeer ik een man en een vrouw. Ze zitten in de rieten stoelen, hangen heerlijk achterover en houden elk een gele mok vast. Ze drinken de chocomel met kleine, zuinige slokjes. De tafel waaraan ze zitten is verder leeg. Ik zie ze echt genieten. De ogen gaan dicht voordat ze een slok nemen, ze laten een klein beetje vocht naar binnen glijden. Bij het terughalen van de beker, glijdt de tong over de lippen.

Op de terugweg zijn ze verdwenen. Op tafel de verlaten chocolademokken. Lege troggen in een leeg hok.