Parkkerk waarin het Orgelpark gevestigd is

De geplande werkzaamheden van de spoorwegen zaten wel een beetje mijn lang geplande concert in het Orgelpark dwars. Ondanks dat overwon ik bus, overstappen en voor mijn neus wegrijdende treinen. Op het programma stonden vrijwel allemaal premieres van Wolfert Brederode, Bert Matter, Willem Boogman, Henk Vermeulen en Benjamin Scheuer.

Alleen het werk DROEG-GEORD(end) van Henk Vermeulen klonk al eens eerder op een orgel. Het was namelijk een van de winnende composities in 2010 bij het Hinszconcours in Kampen. De andere werken waren allen in opdracht van het Orgelpark geschreven en ondergingen hun klankdoop voor publiek.

image

Niet bijzonder een premiere

Op zich niet zo heel bijzonder een premiere. Tenminste dat wilde artistiek leider en organist Johan Luijmes doen geloven in zijn mondelinge toelichting vooraf aan het concert. ‘Het gebeurt maar zelden dat een nieuw werk 2 keer wordt uitgevoerd.’ De premieres lopen dus ook het risico in het archief van het Orgelpark terecht te komen.

Dat risico is niet helemaal onvermijdelijk en ook niet helemaal onbegrijpelijk. Als het aan mijn bevindingen ligt. De indrukken die ik gisteravond van de orgelwerken kreeg, toonden mij dat ze niet voor de eeuwigheid zijn geschreven. De eeuwigheidswaarde zat niet in het experimentele gehalte van de 3 componisten waarmee het concert afsloot. De werken werden stuk voor stuk keurig uitgevoerd door Bert den Hertog. Het lag meer aan de muziek zelf.

Goed gerepeteerd

De organist van de Oude kerk te Scheveningen had goed gerepeteerd op de moeilijk toegankelijke werken. Het lag meer aan de muziek zelf. De componisten toonden vooral hun eigen ervaringen met het orgel. Dat een orgelwerk een samenspel is tussen organist, publiek, orgel en ruimte, leek wat minder belangrijk.

Zo opende De Dag Daagt van Willem Boogman erg spannend. De enkele noten die klonken maakten goed gebruik van de verwachtingen van het publiek. Duidelijk werd hier het krieken van de dag omgezet in noten. De lengte van het stuk zorgde er echter voor dat de aandacht snel verzwakte. Het bleef bij het druppelen van geluid en een enkel akkoord. Slechts het einde waarbij het volle werk klonk en de luisteraar ontwaakte, haalde de spanning van het begin terug. Het applaus na het muziekstuk klonk eerder als opluchting dan als bewondering.

Veelbelovende opening

De compositie DROEG-GEORD(end) van Henk Vermeulen opende ook veelbelovend, maar verloor eveneens spoedig de kracht. De veelheid aan klanken betekent niet dat een muziekstuk mooier wordt. Vaak verliest het daardoor klank, melodie en ruimte. De opbouw was sterker gericht op een spanningsopbouw, maar het stuk als geheel vroeg veel verbeeldingskracht van het publiek.

Verschuerenorgel waarop de nieuwe orgelwerken werden uitgevoerd door Bert den Hertog en Johan Luijmes

Het laatste muziekstuk waarmee Bert den Hertog het concert afsloot, was van de jonge Hamburgse componist Benjamin Scheuer. De compositie maakte vooral gebruik van de lucht van het orgel en wat minder van de klank. Opblazende fluiten, halve registers en kort aangeslagen noten vormden de hoofdmoot van de compositie met de naam Schankungen [fluctuations].

Grenzen van het orgel

Scheuer zocht duidelijk de grenzen van het instrument op. Op zich niks mis mee, maar het kreeg iets van effectbejag waaraan de muziek ondergeschikt stond. Terwijl het orgel zelf, de basisklank van het instrument, het effect in de ruimte en het monumentale karakter van de klank juist zoveel uitdaging biedt. De componisten Boogman en Scheuer zetten het orgel meer in als trukendoos.

Het grote contrast vormden de 2 openingscomposities. Ze werden gespeeld door Johan Luijmes. Wolfert Brederode is een bekende in het Orgelpark. Samen met Martin Fondse maakte hij voor het Orgelpark de cd Key Figures. Veel improvisatie geïnspireerd op de jazz, waarbij het orgel vooral melodisch en lyrisch wordt ingezet. Dat proces zette Wolfert Brederode voort in zijn compositie Passanti. Melodieën passeerden in een bezonken sfeer.

Toekomstmuziek

De tweede compositie vormde het hoogtepunt van de nieuwe orgelwerken die in het Orgelpark ten gehore werden gebracht. Het was de Zutphense organist Bert Matter die de eeuwigheidsmuziek bracht. Of zoals sommigen het noemen: toekomstmuziek.

Uitgangspunt vormde het kerklied Vater unser im Himmelreich. De compositie bestond uit 5 variaties, waarbij in de opening het lied geharmoniseerd klonk op de fluit. Vanuit minimale middelen ontstond een prachtig werk. Het materiaal: het kerklied. Hierdoor wist Matter een profane sfeer op te roepen en de gevoelige snaar van het orgel tot klinken te brengen.

Entree van het Orgelpark in Amsterdam

De compositie bevatte duidelijk improvisatorische elementen zoals in de vierde variatie, waarbij de terts tegen de prestant speelde. Een mooi effect waarbij de ruimte helemaal werd meegenomen. Zelfs in de relatief kleine ruimte van het orgelpark was dit op te roepen. De melodie kwam overal terug op een iets andere manier. Zo bleef alles beperkt en ingeperkt, zonder ook maar een moment te vervelen.

Overdaad aan mogelijkheden

Het Verschuerenorgel bood een overdaad aan mogelijkheden dit werk uit te voeren. De tongwerken gaven in de laatste variatie een gemurmel weer zoals in een jodenkerk kan klinken. De optimale verklanking van het gebed in mijn ogen dat het lied van Luther is.

Natuurlijk spelen voorkeur en smaak een rol bij een dergelijke ervaring. Aan de andere kant ligt een gedeelte van het probleem bij de onbekendheid van componisten met het instrument orgel. Dat de kracht in melodische lijnen ligt en niet zozeer in het spel met de lucht. Orgelmuziek vraagt om een gebruik van het instrument dat aansluit bij de sterke kanten: de ruimte en de lange tonen.

Van Stratenorgel

Volgende week is de ingebruikname van het Van Stratenorgel in het Orgelpark. Het instrument is een reconstructie van het oude orgel uit de Nicolaikerk in Utrecht. Het instrument wacht nog op restauratie. In het kader van de besluitvorming daarover is het Van Stratenorgel gebouwd. Het brengt de Middeleeuwen naar het Orgelpark.

Van Stratenorgel in het Orgelpark

Het publiek had tijdens het concert zicht op het nieuwe orgel met blaasbalgen die op de balgen lijken waarmee de smid het vuur laat opgloeien. De luiken aan weerszijden van het instrument zijn prachtig beschilderd met allerlei elementen uit de historie van het Nicolaiorgel en de nieuwe situatie waarin het Van Stratenorgel komt.