Het afzwemmen begint maar in de bosjes die grenzen aan het zwembad vindt een drama plaats. Ik zie merels angstig heen en weer schieten. Het lawaai in het zwembad is te hard om het geluid bij het drama te horen. De snavels van de merels staan wijd genoeg open om te zien dat de angstkreet klinkt buiten.

Op de rand van het hek zit een ekster. Er zwermt nog een ekster rond de bosjes. Het koppel merels vliegt de ekster aan. Ze slaan het dier met de vleugels. Onverschrokken dreint de ekster zijn weg het bosje in. Daar zit het nest.

De kinderen plonzen in het water. Af en toe kijk ik verder naar het heftige tafereel buiten. De ekster vliegt uit het bosje met een groot ei in zijn snavel. De andere vliegt ook het nest in. De merels blijven gillen. Het is niet meer te redden. Het nageslacht moet het afleggen. Snel vliegt de mannetjesmerel het nest in. Ook hij komt het bosje weer uit met een ei in zijn snavel. Redden wat er te redden valt, moet hij denken.

De meters onder water zitten erop. De kinderen zwemmen rustig heen en weer in schoolslag en rugslag. De meters voor het B-diploma worden gemaakt. In de bosjes naast het zwembad is het drama voorbij. Ik zie de ouders nog altijd met bewegende snavels. Waarschijnlijk klinkt het alarmsignaal nog altijd.

Het vrouwtje beweegt onrustig door het bed van bladeren onder het nest. Er schieten wat bruine bladeren door de lucht. Het mannetje zit op rand van het hek. De strijd is verloren. Even de veren herschikken. Op naar het volgende nest.