De vogelaar is de nieuwe jager. Massaal trekken ze in het voorjaar de Lepelaarsplassen in. Gewapend met verrekijker en camera. De enorme toeter op de fotocamera wijst in de richting van het gevogelte. Ze dragen de toeters op hun schouder. Eraan bengelt een lang statief dat de camera op de gewenste hoogte moet brengen voor het schot.

Schieten gaat niet met kruit zoals de jager doet. Het schieten gaat met beeld. In een flits schiet de vogelaar het plaatje. Het plaatje dat hij thuis trots kan laten zien. Of dat hij uploadt voor zijn forumgenoten. De speciale vogel waar hij zijn leven lang naar op zoek is. Daar heeft hij veel voor over.

Vanmorgen bij het hardlopen zag ik ze: de vogelaars. Gewapend met camera trokken ze over het reepje land langs de Lepelaarsplassen. Op zoek naar die ene vreemde vogel. Ik zag een man langs de kant van de berm zitten. Op een klapstoeltje tuurde hij de verte in. Naast hem zat een peuter. Het kind reed met een autootje over de rand van het fietspad.

Of wat verder zag ik een man turen in een bossage. De lens van zijn camera rustte op zijn schouder. Hij keek het groen in, zijn oren achterna. Ineens verschoof hij. Iets fladderde op. Hij stond erbij en keek ernaar. Te laat om zijn camera in de gewenste stelling te brengen. Hij staarde de vogel na met dezelfde teleurstelling als de jager die zijn wapen niet in de aanslag had.