Bij de wandeling van station naar kantoor trof ik hem weer: de haas van de Zuidas. Hij zat rustig in de moestuintjes die de braakliggende bouwgrond weer wat leven moeten inblazen. Zolang er niet gebouwd wordt, verbouwen vrijwilligers daar groenten. Tussen de groententunnels en veldjes met bijzondere kruiden zat de haas.

Van de winter tijdens de vorst betrapte ik hem op zijn bestaan. Nu mocht ik hem weer zien. Hij zat even en op het moment dat mijn fototoestel klaar stond om te schieten, nam hij het hazenpad. Zo verdween hij via een paadje tussen 2 groententunnels. Even later zag ik hem weghollen met hoge snelheid over het grasveld tussen moestuinen en kantoren. De jungle van de stad in.