image

Proefritje in de nieuwe Mini Cooper?

Er staat een hoog opblaasgeval over een auto heen. De achterklep van de auto staat open. In de kofferbak staan 2 grote Nespressoapparaten. Twee meisjes in rode jasjes delen de koffie uit. ‘Meneer mag ik u een kopje koffie aanbieden’, vraagt de blonde. Ze houdt het dienblad met 4 bakjes koffie voor mijn neus. Nou dat wil ik wel, een kopje koffie.

‘We promoten de nieuwe Mini meneer’, zegt het meisje naast haar. ‘Daar staat hij’, ze wijst naar de auto een eindje van ons af. Haar blonde haren vallen op het rode jasje. ‘Als u wilt, dan kunt u een proefritje maken.’ Ik neem een slok van de koffie. Het is goed koffie. Daar wil ik wel een praatje voor maken met deze dame.

Ze kijkt me verwachtingsvol aan. ‘Rijd hij dan lekker?’ ‘Ja, hij rijdt heerlijk.’ ‘Heb je er zelf ook in gereden?’ ‘Ja, ik ben hier naartoe gereden in deze auto.’ Ze glimlacht er verleidelijk bij. ‘Ik heb echt te weinig tijd’, zeg ik. ‘U kunt ook een klein proefritje maken’, zegt ze. ‘Mijn pauze is bijna om.’ ‘U kunt straks ook rijden’, probeert ze nog. ‘We staan hier tot 19 uur.’

Ik voel de bezwaren dat je straks moet zeggen dat hij lekker rijdt, maar dat je nog even na moet denken. Dat je e-mailadres of – nog erger – je telefoonnummer moet achterlaten voor een proefritje. Ze probeert het nog met een laatste glimlach. Maar mijn koffie is op. Ik houd het lege bekertje onrustig vast.

Een nieuwe Mini komt eraan gereden en parkeert hem vlakbij ons. Ik glimlach terug. Een proefritje in een spiksplinternieuwe auto. Ik zie een man in pak uit het nieuwe model stappen. Aan de andere kant een verkoper. Het proefritje zit erop, net als mijn pauze.

‘Nou bedankt voor het lekkere kopje koffie’, zeg ik en zet het lege bekertje op het dienblad terug. ‘En tot ziens.’ Ze glimlacht terug. ‘Tot ziens.’ Haar ogen gaan langs mij heen. Ze loopt weg met het dienblad. Een man loopt haar tegemoet. ‘Meneer wilt u een kopje koffie?’