We gaan van de zomer samen op fietsvakantie en zijn daarom voorzichtig gestart met de eerste trainingen. Gisteren was de eerste. We reden een rondje door het Kromslootpark en langs de spoordijk weer terug naar huis. Een rondje dat ik regelmatig hol.

Het ging bijna mis. Ik neig bij iedere rimpeling in het landschap of andere opvallendheid te stoppen voor een foto. Een 7-jarig meisje dat helemaal trots is op haar nieuwe fiets, vindt dat helemaal niet leuk. Zij wil fietsen en vooral niet afstappen en stilstaan. Ze heeft groot gelijk.

Gelukkig wisten we snel tot afspraken te komen. Ik mocht 5 keer stoppen voor een foto. Uiteindelijk was ik zo zuinig dat ik helemaal niet meer gestopt ben. Het viel Doris op en ze bood zelfs aan dat ik best even mocht stoppen voor een foto.

In de pauze dronken we roosvicee en plukte zij boterbloempjes. Daarna gingen we verder. ‘Zijn we nou op de helft’, vroeg ze toen we weer reden. ‘Ja, we zijn al over de helft’, vertelde ik. Ze was onwijs trots. Al merkte ze tegen het einde dat haar billen pijn begonnen te doen. De neiging om te gaan staan bij het fietsen, herkende ik. Ik was zelf vaak ook uitgeput geweest van een fietsritje. Dan hielp het alleen nog maar om staand te trappen.

We kwamen thuis en haar energie was vrijwel meteen terug. Ze ging direct naar buiten voetballen en rondrijden op haar oude fiets. Dat komt dus helemaal goed van de zomer.