De bessen in de achtertuin worden roder en roder. De struik heeft de aandacht van een jonge merel. Ik tref het diertje extra vaak aan in onze achtertuin de laatste dagen. De vogel ziet er uit als een echte jonge merel: dik door de kleine veertjes en heel schattig. Elke keer als ik hem treft, loopt hij bij de bessenstruik vandaan.

Merels zijn behoorlijk slordig als het om de inzameling van eten gaat. De bessenstruik in de achtertuin wordt ruw ontdaan van de bessen. Voor een kleine hap, grijpen ze een hele tros bessen die dan na de hap ondankbaar op de grond wordt gesmeten. Zo leek het snel op een slachtveld in plaats van een weelderige bessenstruik.

Het doet mij denken aan de merel die afgelopen winter geobsedeerd was door de rottende en gistende vijgen. Het vijgenboompje heeft de winter niet doorstaan. Dor en droog steken zijn bladerloze takken uit. Ik laat hem nog even staan. Zo kunnen de vogels hem nog goed gebruiken als landingsplaats en vluchtoord. De honden hebben de onderste tak al losgetrokken.

Ik was even bang dat de rode bessen aan onze monden voorbij zouden gaan. Ze wilden maar niet rood worden. Onder de struik lagen de onrijpe bessen, neergesmeten door de merels. Het ophangen van zilverpapier lijkt wel vruchten af te werpen, of beter gezegd: vruchten rood te maken. Er hangen meer en meer rijpe exemplaren in de struik. Zo krijgen we er zelf ook nog plezier van.