Op Eerste Pinksterdag zag ik moedereend met liefst 6 kuiken om zich heen dobberen. De kleintjes waren net uit het ei gekropen, zo fijngebouwd en zacht zagen ze eruit. Gisteren bij het lopen over de gracht met de honden, zwom moedereend met slechts 1 nakomeling achter zich aan.

De verklaring van deze reductie in 5 dagen tijd, liet niet lang op zich wachten. Wat verderop in de gracht gooide iemand brood voor de eendjes in het water. Moedereend zag het, vloog op en liet haar jong in de steek. Het diertje piepte hoog en trappelde als in een versneld tekenfilmpje met de pootjes in een schietvaart vooruit.

Het mocht niet deren. Moeder genoot 100 meter verderop van de broodkruimels terwijl haar kleine naar haar zocht. Ondertussen vloog een kluw kokmeeuwen over het water. Het waren niet de gevaarlijksten weliswaar, maar gevaarlijk genoeg voor het prille leven. Het dier schoot nog altijd vooruit als een speedboot en liet een smal spoor na in het water.

De meeuwen hoorden het gepiep en keken aandachtig over het water. Ze kregen het lekkere hapje in de gaten. Het zwom in hun snavel. Niet het water liep in de mond, maar het eten zelf peddelde erin. Ze vormden zich tot een heuse aanvalsformatie en trokken vlak over het water. De poten raakten bijna het wateroppervlak, de snavel scheerde als een schorpioen vooruit.

Het eendje verdween uit mijn zicht toen de meeuw overvloog. Waar het dier was, geen idee. De vogel had hem niet. Ik speurde over het water en zag het kuiken iets verderop bij de waterplanten weer opduiken. Hij was zijn vijand te slim af geweest door onder water te duiken. Hij peddelde opnieuw heel snel met de pootjes. Het diertje vloog piepend en pijlsnel in de richting van zijn moeder. Volgegeten en opgelucht zwom het herenigde gezin verder.