image

Ik weet het nog precies. Het dak van het huis bewoog alle kanten op. Een gang stortte met donderend geraas in. Het werd ineens heel erg licht. De hemel liet zich zien. We knipperden met de ogen. Het grote licht maakte het ons moeilijk om te oriënteren.

Na de zware regenval van vorige week leek alles weer getemperd. Maar nu gebeurde er een ramp. We hadden heel wat meegemaakt. Zo merkten we laatst dat de grond flink bewoog, maar een ramp had ik niet voorzien.

We moesten snel handelen. ‘De eieren, de eieren’, gilde ik en klom omhoog tegen losse zand. De grote kamer met de eitjes was er nog. Zo snel mogelijk tilde ik een ei en versjouwde het naar beneden. Daar werkten de anderen druk aan het opnieuw inrichten van de voorraadkamer. ‘Het moet hier maar’, zuchtte Harry. Ik legde het ei dat ik gedragen had, neer op de zachte grond en holde weer omhoog voor het volgende ei.

Een stroom van eieren gleed in de kamer. De eieren waren veiliggesteld. Precies op tijd, want het begon te regenen.

De beelden