image

De violen uit het openingsdeel van Mahlers vijfde klinken voor de derde keer. Gedwee volgen ze de repeat-knop van de cd-speler. Ik bekijk de blauwe deeltjes van de serie Wonderreizen van Jules Verne. Het openingsdeel van de vijfde klinkt weer.

Ik haal een verkoper van de kringloopwinkel en vraag wat hij voor de deeltjes wil hebben. Ik tel er 23 en een ouder deeltje. Hij pakt de deeltjes stuk voor stuk uit de kast, bekijkt het kaft van alle kanten en opent het boekje. ‘Dat is van een herdruk uit 1980’, zegt hij. ‘Het zijn niet de oude. Dat is die.’ Hij wijst naar het andere deeltje dat bruingekleurd is. Waarschijnlijk zag hij er in de jaren ’50 net zo blauw uit als de latere deeltjes.

‘Wat moet u ervoor hebben?’ vraag ik. Een oudere man komt binnen. ‘We hadden daar toch een prijs voor bedacht’, zegt de oudere man tegen zijn collega. ’50 euro’, antwoordt de jongere medewerker. Ik trek een bedenkelijk gezicht. ‘Tja, zo’n bewonderaar ben ik ook weer niet.’ Misschien gaat de prijs zakken. Het blijft stil.

‘Nee, ik doe het niet’, zeg ik. ‘Dat is jammer’, zegt de jongere medewerker. Ik zet de stapel boeken die ik net gepakt heb weer terug. De oudere man kijkt belangstellend naar de stapel boeken die ik heb uitgezocht. ‘Ik heb al heel veel gelezen’, zegt hij zeker. ‘Ik denk dat ik zo’n beetje alles wel gelezen heb.’ ‘Dat is veel’, antwoord ik. Ik vraag mij af hoeveel dat is.

Ik vraag waarom hij de boeken niet prijst. ‘Ik kom hier 2 dagen in de week. Dan staan er alweer 7 nieuwe dozen met boeken. Ik werk hier als vrijwilliger.’ Hij zegt het bijna verontschuldigend. ‘Ik ben blij dat ik de boeken weet te sorteren. We gooien veel weg. Er is een man die daar ook nog eens in wil kijken. Hij haalt er ook altijd wel iets uit. Als ik dan die boeken bekijk, merk ik dat ik echt alles al gelezen heb.’ Hij wijst naar de rij boeken waarvoor ik sta. ‘Dat zijn de wat serieuzere boeken.’ Ik zie een boek over tuinieren en een boek over psychologie.

‘Hé, daar gaat hij weer’, zegt hij. Mahlers vijfde opent voor de zoveelste keer. Hij prutst wat aan de knop van de cd-speler. De violen spelen iets van Grieg. Ik bedenk hoeveel je in een mensenleven kunt lezen. Gerrit Komrij had zo ongeveer alle Nederlandse en Afrikaanse poëzie gelezen. Zou deze man meer hebben kunnen lezen?

Misschien is deze man tevreden met wat hij gelezen heeft, denk ik. Misschien dat je dan inderdaad alles gelezen hebt. ‘Dat is niet de bedoeling’, zegt de man. De cd-speler herhaalt de Grieg. Ik hou het bij deze 3 boeken, besluit ik. Ik zeg hem gedag en reken mijn boeken af. Klaar om alles te lezen.