Met afgrijzen en bewondering zag ik een tijdje terug hoe Jan Wolkers een jonge merel grootbracht. Hij zei zoveel jonge vogels te hebben opgevoed dat ze hem zonder problemen met z’n allen naar de hemel kunnen vliegen. Ik vroeg me af hoe je zoveel merels bij elkaar kunt vinden. Ik had nog nooit een mereljong kunnen redden uit de klauwen van ekster of kat. Tot ik gisteravond ineens een hoog gegil uit het nest in onze voortuin hoorde komen.

Het was mij zonneklaar: de kat had beet. Eindelijk, al dagen loerde hij op het nest. Herhaaldelijk hebben wij hem weggestuurd, maar hij bleef geobsedeerd door het nest van de merels. Ik ontdekte het nest laatst. Het viel mij op dat er veel activiteit was in het bosje bij ons voorraam.

Toen ik een paar dagen later een deel van de plantenweelde inkortte vloog een angstige merel mij in de haren. Hier zat dus een nest. Een paar dagen geleden zag ik de hongere monden en hoorde het piepen van de jongen.

Tot gisteravond. We wilden net naar bed gaan. Het hoge gegil kwam boven alles uit. Ik holde naar buiten en zag een jonge merel weghippen. Inge ving het diertje even later. We zochten een krat om hem in te laten overnachten en legden er een handdoek overheen. Inge speurde op internet wat je zo’n diertje moet geven.

Ik ging naar buiten om te zoeken naar andere overlevenden. Voor mijn voeten schoot nog een jong weg. Hij dook in de bosjes en ik heb hem tot mijn grote spijt niet meer gezien. Lang ben ik de bosjes afgegaan en scheen bij met een zaklampje. Het slachtoffer heb ik niet kunnen achterhalen.

Inge haalde ondertussen kattenvoer bij de buren. Daarna voerde ze het beestje. Ze kunnen grootworden op kattenvoer, alleen blijft het verstandig de vogelbescherming in te schakelen. De jonge merel vraagt namelijk best veel zorg en dat is lastig te combineren als je allebei overdag werkt.

Vanmorgen was ik aan de beurt en mocht de vogel voeren. Het ging er snel in. Het bekje bleef maar opengaan. De happen kattenvoer vlogen achter elkaar door de opengesperde snavel. Zo’n diertje maakt nog een flink kabaal binnen. Een parkiet kan daar nog veel van leren.

Zo voelde ik mij even een Jan Wolkers, die zachtfluitend een mereljong voert met natte stukjes brood, wormpjes en een half vergane aardbei. De hoeveelheid jongen die ik mocht redden uit de klauwen van de buurtkatten en grijpgrage snavels van eksters en kauwtjes, is met één een beetje magertjes. Maar je weet nooit wat je nog vindt in een mensenleven.