image

‘Hij leeft’, gil ik als ik de vuilnisbak open. De kraalogen kijken omhoog vanuit de diepe de Kliko. Hij is nog niet zo lang geleden geleegd. Keurig op het groente-afval is de kikker gekropen. En zit muisstil. Wat nu? ‘Pak hem maar op’, zegt Inge. Ik duik omlaag. Het dier zit helemaal onderin de afvalcontainer. Hij springt weg en zakt weg achter de afvalzak.

De hond Saartje kwam ermee naar binnen: een kikker. Ze legde hem op het tapijt. Teuntje er gelijk bij. Een kikker in huis, dat is natuurlijk wel interessant. Inge was alleen thuis, zag het als kikkerliefhebber met lede ogen aan. Het diertje bewoog niet meer. Lag doodstil. Ze pakte de amfibie met een doekje op en wierp hem in de groene bak.

Ze vertelde het verhaal. Ik wilde iets weggooien en keek gelijk de diepte in. Daar zat hij. De kikvors. Ik ben al een held op sokken en durfde het diertje niet op te pakken. Eindelijk de moed bijeen geraapt en dan ontspringt hij de dans. ‘Wat nu?’ roep ik. Inge kijkt ook en ziet het beest zitten. ‘Ik dacht echt dat hij dood was’, zegt ze met spijt in haar stem.

We leggen de container maar op zijn kant. Als Inge een kwartiertje later gaat kijken, zit hij er nog. De honden willen alleen maar naar buiten. Een container op zijn kant is leuk. De lekkere geur maakt de vagebond in ze los. Met moeite houden we ze binnen. Als ik een klein uurtje later ga kijken, is de container leeg. Hij vertoeft in de vrije wereld van de achtertuin.

Het is de vraag hoe vrij die wereld is voor de kikker. Ik heb hem – of zijn broer – zojuist al uit de klauwen van de buurkat gehaald.