De regen stroomt naar beneden. Een douchekop zou jaloers zijn op de sterkte van de vochtstralen. Ik ren een rondje, meen dat de buienradar vertelde dat het even droog zou blijven. De regen is niet koud, maar trekt mijn shirtje naar beneden.

Een brommertje rijdt voorbij en gutst het water van het fietspad omhoog. Een emmer water wordt tegen mijn lijf gegooid. Mocht nog iets droog zijn gebleven, dan is het nu nat. De brommerrijder is ver genoeg uit zicht om te schelden. Terwijl hij waarschijnlijk gniffelt vanachter het glas van zijn helm.

Het stroomt verder en de rit nadert bijna zijn einde. Zelden ben ik zo natgeregend. Ik zie natte hardlopers mij tegemoet lopen. Zelf hobbel ik achter een meisje aan bij wie het water een stroompje vanaf de paardenstaart naar beneden vormt.

En het kan nog harder regenen. De stof om het lichaam kan niet meer water opzuigen. De spons zit vol. Het haar doorweekt. Alsof het niet meer zal ophouden. De fietspaden vormen plassen water waarbij je van eiland naar eiland springt. De regen valt in een douche naar beneden. Ik zie geen verschil meer tussen droog en nat.