image

Vogelverschrikker op de Zuidas

Onderweg van en naar mijn werk loop ik langs een heuse vogelverschrikker. De lapjes waaien op en neer van de wind die op en neer giert tussen de hoge kantoorkrabbers. De maker heeft een poging gedaan het ding op een mens te laten lijken. De hoogte aan de stok, het flodderige hoofddeksel en de opwaaiende lap onderaan, geven het ergens de gestalte van een mens.

Niet dat de roeken, kraaien en kauwtjes zich iets aantrekken van de fleurige stoffen. Ze pikken dat het een lieve lust is tussen het groen. Net als dat het kruid welig tiert tussen alle groenten. Zelfs in de looppaadjes schieten de kruidsoorten op. Met de term onkruid ben ik het niet eens. Er hangen de mooiste en kleurigste bloemen in. Het is misschien ongewenst kruid. Ik erger mij er niet aan.

Soms zie je een mens over de smalle paadjes lopen. Vanmorgen liep een man met een groene gieter tussen de bedden met groenten. Hij goot wat van het vocht over de stukjes aarde. Een vogel schoot weg en deed zich aan de andere kant van het pad tegoed aan de rijpe groenten. De vogelverschrikker keek toe. En ik weet nu niet wie nu naar wie knipoogde.