Divina Commedia van Dante in de vertaling van Hein Boeken, uitgave Wereldbibliotheek (5e druk 1922)

Hij stond er nog, de Goddelijke komedie van Dante. Divina Comedia sierde in goudgele letters op de donkerblauwe kaft. De rug liet los. Of dit nu kwam omdat de vorige eigenaren het hebben stukgelezen. Of dat het kapot ging in het eindeloze gesleep van boekenkast naar boekenkast, verhuisdoos naar verhuisdoos. Ik kon het wel raden.

De gebruikssporen verrieden een leven van doos naar doos, van boekenkast naar boekenkast. Als steun voor een kop koffie en in de vrije val bij het verschuiven van de rij lotgenoten. Al bladerend stuitte ik op pagina’s die al een paar decennia op de naastgelegen pagina hadden gekleefd. Ongelezen letters trok ik voorzichtig los. Het drukinkt gaf haar woorden en zinnen prijs.

En elke vertaling legt weer een ander aspect bloot van dit prachtige boek dat veel mensen in de boekenkast hebben staan, maar weinig echt hebben gelezen. Ik lees altijd een paar canti, leg het weg en ga een paar werken later weer wat zangen verder. Zo kom ik traag vooruit. Als er dan een nieuwe vertaling op mijn komt, raak ik geïnspireerd. De betovering van de eerste regels, is overweldigend.

In deze vertaling van dr. H.J. Boeken luidt de eerste terzine: ‘Op het midden van den weg onzes levens, hervond ik mij in een donker woud, omdat de Rechte Weg verloren was.’