image

De groene kathedraal, we zijn weer thuis

De laatste dag. De zon beschijnt ons tentje bijtijds. Uitslapen. Binnen de korste keren stijgt de temperatuur in de tent. Doris gaat naar de wc en bekletst mij al heel vroeg. We voelen de fietsrit van gisteren nog goed in onze benen en in ons gemoed. Nog even, de laatste etappe begint zo.

Eerst ontbijten, dan nog even lekker lezen. Doris speelt in de speeltuin, achter het kinderboerderijtje. Kwart voor 11. Het hoofdstuk is uit. Ik begin met het afbreken van het kampement. Eerst de hele tent uitruimen, dan de tassen inpakken en als laatste de tent zelf in het veel te kleine zakje krijgen. Waarom is alles als het meegaat zo compact verpakt en is het de laatste dag 3 keer groter opgeblazen?

image

Muisjes hebben hun buikjes rondgegeten aan de krentenbollen die voor de pauze bedoeld waren.

Kwart voor twaalf is alles ingepakt en staan de fietsen klaar voor vertrek. Eerst Doris bij de  speeltuin ophalen. Ze vindt het hier erg leuk, zegt ze. We drinken een chocomel, een koekje erbij. De krentenbollen die ik voor vandaag gepland had, zijn gisteren opgegeten door de muizen in Dronten. Dan de laatste plas. We zijn klaar om te gaan.

We rijden het bos weer in. De camping Het polderbos ligt keurig aan de rand van het bos. Precies aan de andere kant van Zeewolde als waar we er gisteren het dorp inreden. We rijden een groot stuk dezelfde route. Dan komen we een groen bordje tegen met Almere 22 kilometer. Het is niet ver meer voor de laatste dag.

Dan is het lange fietspaden afrijden. Als we uiteindelijk het bos uit zijn en door de landerijen fietsen, gaat de lol er ook een beetje vanaf. Doris vraagt hoe ver we zijn. Ik probeer een inschatting te maken. We fietsen op 80 kilometerwegen. Het verkeer raast langs ons en de zon brandt op de bolletjes.

Als ik uit de bordjes ‘Almere 18 kilometer’ en ‘Almere Hout 9’ kilometer zie, twijfel ik. Het laatste voert langs de vaart tussen Almere en Zeewolde, zie ik. Ik kies de eerste optie, maar als we 100 meter verder een nieuwe 80 kilometerweg zien, keren we. We gaan langs de vaart. Heerlijk door een strook wild bos. Essen en wilgen groeien langs het fietspad. De weg wordt zelfs versperd door een omgevallen boom. We kunnen eromheen.

Dan doemt daar de A27 op. De bakermat en de grens met Almere. We zingen ons lijflied. ‘En van je helahola helaho lala’. De coupletten verzinnen we zelf. Over meisjes die ver kunnen fietsen en vaders die ook heel ver kunnen fietsen met een fietskar.

De groene kathedraal. Nooit geweest, alleen langsgereden. Het is een imposant bouwwerk van bomen dat je niet per auto kunt bereiken. Ik ben onder de indruk. Doorrijden naar de Kemphaan, waar ik met Inge heb afgesproken voor een lunch. Al is het voorbij half 3 geweest. Het brood is op en de tussendoortjes zijn we ook zat.

De bruggetjes onderweg kan ik maar net over met de brede fietskar. Het is passen en meten. Soms ook een beetje trekken en drukken aan de balken. We bereiken de Kemphaan. Het is half vier. De lunchkaart is net gesloten, maar we mogen nog poffertjes van de eigenaresse van dit nieuwe pannenkoekrestaurant Dubbel-op.

Wat een ontmoeting. De laatste etappe van de laatste etappe begint. We zijn er bijna, maar nog niet helemaal. We fietsen de route die we vorige week ook reden. Maar nu met meer dan 100 kilometer in de benen. Wat een ervaring rijker.