image

Kort voor het middaguur rijden we weg. De fietskar wil niet door de poort waardoor ik weer alles moet losmaken en leeghalen. Als we rijden, ontdek ik dat de telefoon nog thuis ligt. Omdraaien, Doris moet wennen dat haar draaicirkel groter is met de tassen achterop. Daarna langs Inge, die aan het werk is. En dan fietsen. Natuurlijk ben ik mijn petje vergeten. Maar daar gaan we niet voor terug.

Mensen zien ons belangstellend voorbij rijden. Over het drukke fietspad naar Almere Buiten. Bij het station dreigen we even uit de koers te raken, maar we krijgen het te pakken. Het luchtalarm gaat, de eerste maandag van de maand. Een hobbel, Doris verliest haar fietstas.

Bij de vaart, vlak na de rode flats, gaan we op een bankje lunchen. De broodjes kaas verdwijnen snel in de kelen. Gauw weer door. We rijden het Kotterbos in. De zon schijnt heerlijk. Het mooie Wilgenbos in.

Als we uit het bos komen, schiet het pad kaarsrecht omhoog. De dijk en de sluizen. De hemel trekt dicht en zet een donker smoel op. Help, het gaat regenen. We kiezen de weg naar Lelystad. Als we onder het spoortunneltje rijden, laat de hemel alles vallen. Wat een geluk.

Het is weer droog en fietsen over de dijk. De Oostvaardersplassen geven vergezichten tot aan Almere. We zien wat we gefietst hebben. De lucht verteld er dreigend bij dat we snel een camping moeten zoeken.

Tussen de buien door zetten we het tentje op bij camping ‘t Oppertje in Lelystad. Een attentie van thuis via de telefoon. Het is niet slecht. Nu bedenken waar we morgen naartoe zullen gaan.