image

Ze trok voorbij over het smalle voetpad. De fiets en erachter de fietskar. Het vlaggetje dat een eindje uit de fietskar stak, wapperde op de snelheid van het fietsen. Ze stapte af met een lange haal. Zoals alleen kerels doen. Trok een bundel folders uit de kar, beklom het trapje voor het huis en wierp de folders in de brievenbus.

De folders werden bij elkaar gehouden door een laagje cellofaan. De stapels lagen door elkaar geschud in de fietskar. Ze liep naast de fiets naar het volgende huis. Dezelfde handeling. Haar donkere broek klemde strak rond haar volle lichaam. Niet dat het er iets toe deed. Ze liep behendig als een topsporter door de straat.

De beat ging door de oortjes haar oor in. Ze haalde een muziekspeler uit haar zak, drukte naar het volgende nummer. De muziekspeler verdween weer in de zak. Ze liep naar het volgende huis. Tot ze de hoek bereikte en sprong behendig weer op de fiets. Het vlaggetje verdween vrolijk wapperend om de hoek.

Tot volgende week, zwaaide het.