Newton zag het in de appel die naar beneden viel. Als je iets loslaat, dan valt het. Behalve als het zelfstandig is en zichzelf in de lucht houdt. Een vogel die leert vliegen, valt naar beneden maar weet zich te redden door met de vleugels te fladderen.

Lopen is niks anders dan voorkomen dat je valt. Je zet de ene voet voor de andere zodat het niet gebeurt. Voor je er erg in hebt, loop je al vallend de marathon. De handen los en daar ga je.

Loslaten is moeilijk. Ik ben bang dat iets kapot valt als ik het loslaat. Het vraagt vertrouwen. En er is niks mooiers dan vertrouwen krijgen. Vertrouwen is net dat duwtje in de rug om juist in de lucht te blijven. Bij honden werkt het net zo. Laat je hond los en je geeft het vertrouwen dat hij bij je blijft.

Iets vasthouden betekent niet dat het bij je blijft. Je kunt het juist kapot drukken met het vasthouden. Loslaten geeft voldoening en trots. Dan kun je het op tijd vangen als het mis dreigt te gaan. Wie zegt dat het misgaat als jij het hebt losgelaten. Als je het vasthoudt gaat het juist mis.

Zo is het verhaal van de appel vooral het verhaal van loslaten. Als het loslaten moeilijk is, denk dan wat er misgaat als je vasthoudt. En dat is veel meer dan er gebeurt wanneer je loslaat. Als je iets loslaat kun je het altijd nog proberen te vangen. Bij vasthouden kan dat niet.