Ze zijn dan ouder, ze drentelen nog altijd om mij heen. Vandaag mochten we even naar buiten en daar liep de menigte al onder mij door. Sabbelend aan mijn tepels. Ik kan geen stap verzetten of daar zijn ze. Ik onderga het allemaal gelaten. Het hoort erbij. Dat weet ik.

Het roept vertedering op. De aanblik van het kleine grut. Niet elk varken heeft 6 van die schavuiten om zich heen ravotten. Ze rennen voor je uit, om je heen en onder je door. Zo op die korte pootjes lijkt het nog sneller te gaan dan het eigenlijk gaat. Ik laat me er niet door afleiden en trek mijn eigen plan.

Soms dwaalt er eentje af. Daar kan ik niet tegen. Dan knor ik net zo lang tot ze weer mijn richting uitlopen. Een hoge knor van ver is voor mij niet genoeg. Ze moeten echt komen. En anders dan word ik kwaad. Dat weten ze ook.

Als ik dan zo genoegzaam in het gras dwaal met mijn neus. Af en toe iets eetbaars omhoog trek uit het hoge gras. En lekker rond mij knor. Dan merk ik dat ik ergens geniet van het moederschap. De aandacht, de aaien en het geknabbel aan mijn tepels. Als de zomer mij nog trakteert op een extra zonnestraal op mijn rug. Dan voel ik mij best gelukkig.