In mijn boekenkast verbleef een eenzaam exemplaar van Da Costa’s Kompleete dichtwerken. Het exemplaar – achtste druk, een volksuitgave – kocht ik 3 jaar terug op een julidag in het antiquariaat van Jan Knigge in Hengelo. Ik kwam er later achter dat het deel uitmaakte van een 3-delige uitgave. Zodoende verbleef het boekje van Bilderdijks leerling als wees in mijn boekenkast.

Een vervelend fenomeen, een boek dat deel uitmaakt van meerdere banden. Los, zonder zijn andere deeltjes in de buurt. Ik tref het vaak aan bij kringloopwinkels. De boeken van Dickens hebben er bijvoorbeeld een handje van om als I of II alleen door het leven te gaan. Vaak tref je de II of I die erbij hoort een boekenplank verder. Of ergens aan de andere kant van het gangpad. Ik breng de wezen die ik aantref altijd bij elkaar. Gewoon omdat ik het niet kan aanzien dat boeken die bij elkaar horen alleen door het leven moeten gaan.

Dat het met Da Costa gebeurd is, kon ik mijzelf niet vergeven. Het boek heeft recht op de rest. Anders kan het beter van de aardbodem verdwijnen. De wezen van Da Costa – deel 2 en 3 – trof ik beide aan in de kringloopwinkel van Weesp. Ik kon het niet over mijn hart verkrijgen de delen alleen te laten, terwijl er thuis bij mij het eerste lag.

Zodoende zijn de wezen verenigd en liggen ze innig tevreden met de kaften tegen elkaar. De rug van de eerste Da Costa is iets lichter dan de ruggen van de andere 2. Maar het zijn allemaal achtste drukken. Uitgegeven door dominee Hasebroek. Een zorgzamer vader kun je niet wensen.