Ik wil mijn stemcomputer terug!

Ik ben het beu om te moeten stemmen met een potlood, geef mij mijn stemcomputer terug. Het stemmen met het potlood, ik kan er maar niet aan wennen. En waarom moet het eigenlijk? Niemand weet het. Het is beter, denkt iedereen. Maar is het echt beter? Ik vind de stemcomputer veel beter. Alsof je met papier niet kunt frauderen.

De eerste kamerverkiezingen waarbij ik mocht stemmen – in 1994, Wim Kok won en het eerste Paarse kabinet werd gevormd – stemde ik op een apparaat. Het was in Veenendaal. We vonden het indrukwekkend om op een knop te drukken, waarna je stem telde.

In plaatsen waar ik na Veenendaal terechtkwam, was de stemcomputer altijd net ingevoerd. Onwennig stonden de oude van dagen te tobben bij de nieuwe computer in Leiden en in Almelo legde ik een man uit hoe het werkte.

Ik had nooit een bezwaar in het stemmen met een stemcomputer. Dat ermee gefraudeerd kon worden, geloofde ik niet. Zeker ook niet omdat de computer langzaam in elke plaats werd ingevoerd en heel Nederland stemde met de computer. Binnen een uur na sluiting van het laatste stembureau was de uitslag bekend. Zeker toen de gemeente Amsterdam als een van de laatste overstapte op de computer.

Ineens trad een actiegroep in de openbaarheid die bepleitte dat het stemmen weer met de hand moest. De stemcomputers van de meeste gemeentes zou af te luisteren zijn. Met een radiofrequentiemeter konden de ‘hackers’ horen welke partij iemand stemde. Het verschil tussen links en rechts zou klinken als het verschil tussen een vioolconcert van Bach of een mix van D.J. Tiësto.

Het sneed niet genoeg hout. Daarna kwam de groep ‘Wij vertrouwen stemcomputers niet‘ met een zwaarder argument: de stemcomputer zou niet te controleren zijn. Mocht de uitslag van een verkiezing worden betwist, dan kon de computer niet een uitdraai maken. Hier had de actiegroep een argument in troef waar weinig tegenin te brengen was. Fraude zou niet te controleren zijn via de stemcomputer. Een papieren stem daarentegen zou beter te controleren zijn.

Politici zijn huiverig voor het in twijfel trekken van verkiezingen. In een democratie zijn verkiezingen gebaseerd op vertrouwen. Het vertrouwen van de kiezer om een anonieme stem te mogen doen op de partij van zijn voorkeur. Hij kan dit doen in volledige vrijheid. Wanneer een uitslag betwijfeld wordt, moet deze altijd na te tellen zijn. Zo stelt de actiegroep die niet genoeg vertrouwen had in de knop.

De stemcomputer verdween op last van toenmalig staatssecretaris Ank Bijleveld in de in de magazijnen van de gemeenten. De laatste stembussen waren de deur uitgegaan en in allerijl moesten voor de aanstaande verkiezingen in 2009 stembussen geregeld worden.

Een maatregel die ons vandaag bij de verkiezingen ook nog in de greep hield. De controle is flink versterkt. Je mag niet meer met je kind in het kieshokje. Je moet het papier op de juiste wijze dubbelvouwen en het kruisje op de juiste wijze inkleuren. Het ouderwetse stemmen is weer helemaal terug om ons vertrouwen vast te houden.

Het heilig geloof dat papier betrouwbaarder is dan de digitale wereld. Het stuit mij tegen de borst. We halen veel meer werk op de hals, controleren ons suf en hebben meerdere check-ups gemaakt. Elke stembureau-medewerker zit met een potlood iets te turven. ‘We tellen alles mevrouw’, hoorde ik een medewerkster zeggen.

Is een tot in de puntjes geregelde controle echt eerlijk? Het lijkt of in iedere stemmer een potentiële fraudeur schuilt. De te ver doorgevoerde controle voelt aan alsof ieder moment iemand losbreekt die even zal rommelen met de stemmen. De zorgvuldig opgestapelde stembiljetten en de vastgeklemde officiële potloden met stompe punten. Eenzaam in een hokje. Alsof mijn stem daardoor niet beïnvloed wordt.

Kun je met een stempapier niet frauderen? En wie zegt dat de tellers niet een keer mistellen? Ik vind het vooral hinderlijk en geloof niet dat stemmen op papier beter controleerbaar is dan stemmen met een computer. Het is anders en zal ook anders gecontroleerd moeten worden.

Geef mij alsjeblieft mijn stemcomputer terug! Ik stem nu onder de dictatuur van de stemcontrole en het papier.